Aegidius Groeninx van Zoelen (1703 - 1737)

public profile

View Aegidius Groeninx van Zoelen's complete profile:

  • See if you are related to Aegidius Groeninx van Zoelen
  • Request to view Aegidius Groeninx van Zoelen's family tree

Share

Birthdate:
Death: Died
Managed by: Ann Vermeulen
Last Updated:

About Aegidius Groeninx van Zoelen

Aegidius Groeninx

De familie Groeninx bleef ook in de achttiende eeuw nauw betrokken bij het bestuur van Rotterdam.

Daarnaast verwief zij heerlijkheden om met een titel het aanzien te verhogen. De ouders van Aegidius, Cornelis Groeninx en Catharina van Zoelen bijvoorbeeld kochten in 1721 de ambachts- heerlijkheid Ridderkerk. Door zijn huwelijk met Theodora Maria Groenhout kwam ook Aegidius in het bezit van een heerlijkheid en mocht hij zich Heer van Capelle aan den IJssel noemen.

Het vermogen van Aegidius bleef wat achter bij dat van zijn echtgenote. Aegidius bracht namelijk 50.000 gulden en de inkomsten die uit het ambt van secretaris van de Weeskamer vloeiden, in zijn huwelijk mee, terwijl zijn vrouw al op jeugdige leeftijd bijna 80.000 gulden en de heerlijkheid van haar vader geërfd had.

De carrière van Aegidius in het stadsbestuur duurde slechts kort omdat hij al op vierendertigjarige leeftijd overleed. Desondanks bekleedde hij een groot aantal functies zoals onder andere vroedschap en kapitein van de schutterij.

De verdienste van Aegidius voor Rotterdam werden onder woorden gebracht door Frans de Haes, die het volgende gedicht vervaardigde :

echtpaargroeninx het echtpaar Otto Groeninx van Zoelen en Maria Adriana Noordhey

Otto Groeninx van Zoelen, de jongere broer van Aegidius, liet pas van zich spreken in 1740, toen hij tot vroedschap en tot bewindhebber benoemd werd. Door het overlijden van Aegidius kwam Otto in aanmerking voor deze hoge functies.

Nadat in 1747 de Republiek weer een stadhouder gekregen had, benoemde prins Willem IV de oranje-gezinde Otto, samen met zijn zwager Hugo Cornets de Groot, tot nieuwe burgemeesters van Rotterdam. Zij genoten het vertrouwen van de burgerij en terwijl elders in het land pachtersoproeren uitbraken bleef het, mede dankzij hen, betrekkelijk rustig in de stad.

Net als zijn broer sloot Otto een huwelijk in regenten kring, met Maria Adriana Noord-hey, de dochter van vroedschap Daniel Noordhey. Het zal niet verwonderen dat Otto een welvarend man was en er een deftige levensstijl op na hield. Als Heer van Ridderkerk liet hij in 1746 'Het Huis ten Donck' afbreken en geheel opnieuw opbouwen. Met familie en vrienden bracht hij daar een deel van de zomer door. In Rotterdam bewoonde hij een tijdlang een deftig huis aan de Nieuwehaven. De welstand van de familie blijkt ook uit andere zaken zoals belasting aanslagen, testamenten en nalatenschappen.

Bij de Personele Quotisatie van 1742 bijvoorbeeld, werd het jaarinkomen van Otto op ongeveer 6.000 gulden geschat. Het testament van Maria Adriana geeft aan dat na haar dood aan de opvoeding van haar zoon Cornelis minstens zo veel besteed moest worden. De voogden waren namelijk verplicht Cornelis te onderhouden na zijn staat en fatsoen, en daar toe (te) moeten besteden f 6000,- jaarlijks, off meer als hij zou reizen of bij andere gelegenheden.

De nalatenschap van Maria Adriana geeft tenslotte een duidelijk overzicht van de onroerende goederen die de familie toebehoorden: een viertal huizen te Rotterdam aan Haringvliet, Hoogstraat, en Grote Markt, de heerlijkheid Ridderkerk, 'Het Huis ten Donck' en in Ridderkerk nog huizen, landerijen en een korenmolen. Verder nog een buitenplaats en land in Crooswijk en landerijen in Barendrecht, Portugaal, Hoogvliet en Pendrecht. De enige zoon, Cornelis Groeninx van Zoelen, zette de familie-traditie voort en nam deel aan het stadsbestuur. Met een vermogen van bijna 900.000 gulden was hij een zeer rijk man.

De zoon van Cornelis Groeninx van Zoelen werd in 1815 in de adelstand verheven.

view all

Aegidius Groeninx van Zoelen's Timeline