Albert Carel Willink (1900 - 1983)

‹ Back to Willink surname

Is your surname Willink?

Research the Willink family

Albert Carel Willink's Geni Profile

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Share

Birthplace: Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Death: Died
Occupation: kunstschilder
Managed by: Diederik Mooij
Last Updated:
view all

Immediate Family

About Albert Carel Willink

1900 Albert Carel Willink werd op 7 maart in Amsterdam geboren als de oudste van de twee zoons van Jan Willink en Wilhelmina Altes.


1913-1918 Volgde middelbaar onderwijs aan achtereenvolgens het Instituut van der Hoof en de eerste vijfjarige HBS aan de Keizersgracht in Amsterdam.


1918-1919 Studeerde korte tijd medicijnen waaruit een vriendschap ontstond met de latere psychiater Frits Grewel. Daarna studeerde hij tot na de propedeuse bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij eerst ook woonde; sloot vriendschap met de latere schilder Charles Roelofsz. Inmiddels had hij zich in Den Haag gevestigd, vanwaar hij in een brief van 17 november 1919 zijn ouders op de hoogte stelde van zijn besluit om kunstschilder te worden.


1920-1923 Reisde via Düsseldorf naar Berlijn, waar hij eerst korte tijd studeerde aan de Staatliche Hochschule, daarna aan de internationale schilderschool van Professor Hans Baluschek. Sloot daar vriendschap met Herbert Behrens Hangeler. Maakte eerst expressionistisch werk, enigszins in de trant van Dix en Grosz, maar exposeerde in 1923 abstract werk in het Glaspalast in Moabit met de 'November-Gruppe'. Maakte aquarellen en collages die verwantschap hebben met Klee en Schwitters. Werkte enige tijd mee aan het avant-garde tijdschrift 'Het Overzicht', nam deel aan de groepen 'Der Wurf' in Bielefeld en 'Zenith' in Belgrado.


1924-1925 Had na terugkeer in Amsterdam een tentoonstelling in 'Gebouw Heystee', bij gelegenheid waarvan hij zichzelf 'futurist' noemde. Werkte mee aan het tijdschrift voor constructivistische kunst 'De Driehoek', onder andere met Josef Peeters en Eddy du Perron. Met de laatste bleef hij bevriend tot diens dood in 1940. Werd lid van 'De Onafhankelijken', met wie hij in de komende jaren een aantal malen in het Stedelijk Museum te Amsterdam zou exposeren en waarvoor hij in 1927 de affiche en de catalogus ontwierp. Er ontstonden een aantal werken zoals 'De zilveren bruiloft' (1924), waarin figuratieve elementen terugkeren en waarvan de compositieopbouw aan Léger en aan collages doet denken.


1926-1930 Werkte in 1926 enige tijd in het leerlingenatelier van Henri Le Fauconnier in Parijs, waar hij lijntekeningen naar naaktmodel vervaardigde. Werd geïnspireerd door het classisisme van Picasso, waaruit werken als 'Duiven' (1927) en 'Meisje met Duif' (1929) ontstonden. Trouwde in 1926 met Mies van der Meulen, die hem echter in 1928 al verliet. Willink portretteerde haar enkele malen. Met zijn eerste vrouw en Behrens Hangeler maakte hij een reis door Frankrijk tot aan de Pyreneeën: het Franse landschap en onder andere ook Lourdes verschenen in een aantal werken.


1931 Maakte met zijn broer Jan een rondreis door Italië, waarbij onder andere Pisa en Florence bezocht werden. Bewondering voor het werk van De Chirico; schilderijen zoals 'Late bezoekers in Pompeï' (1931) ontstonden. Schilderde in 1931 een voor een landschap liggend naakt 'Rustende Venus', waarvoor Wilma Jeuken poseerde.


1932 Had een eenmanstentoonstelling bij Kunsthandel Vecht in Amsterdam; de zo typerende 'Willink-Huizen' verschenen in het werk, onder andere op de achtergrond van portretten van Wilma en Charles Roelofsz. Willink portretteerde Wilma elfmaal, onder andere in 1932, 1938, 1940 (met kat) en 1952; daarnaast portretteerde hij hen samen in dubbelportretten in 1934 en 1957.-1933 Huwelijk met Wilma Henriëtte Johanna Jeuken, geboren 1905 te Amsterdam. Had een eenmanstentoonstelling in het Stedelijk Museum 'De Lakenhal' in Leiden.-1934 Had exposities in Den Haag bij Kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar en in Amsterdam bij Kunsthandel Huinck en Scherjon.


1935 Betrok de woning met atelier aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, waar hij tot aan zijn dood zou blijven wonen. Ging klassieke beelden, die hij kende van het Neues Palast in Potsdam, uit Parijs, Versailles of uit de tuin van het Rijksmuseum, verwerken in schilderijen als 'landschap met statue' en 'Het jachtslot'. Had in 1936 en 1938 een expositie bij Kunsthandel Carel van Lier.


1939 Overzichtstentoonstelling in Museum Boymans in Rotterdam. Schilderijen als 'Job' (1938) en 'Simeon de pilaarheilige' (1939) - waarvoor de kunstenaar zèlf model zat - en landschappen zoals 'Château en Espagne' (1939) werden gezien als uitingen van cultuurpessimisme, die door de Tweede Wereld Oorlog bewaarheid werden.


1941 Vervaardigde in opdracht een portret van Mr. J.Th. Stakenburg. Er zouden in de volgende jaren als broodwinning nog ca. 40 in opdracht gemaakte portretten, waaronder een aantal dubbelportretten, volgen. Het laatste, een portret van een jonge vrouw 'De Madonna van de Galapagos-eilanden', ontstond in 1980.


1947 Maakte een reis naar Parijs, waar hij in de Jardin de Tuileries, het park van Versailles en in St. Germain-en-Laye opnieuw inspiratie opdeed, die in schilderijen werd verwerkt.


1949 Tentoonstelling Stedelijk Van Abbe Museum in Eindhoven.


1950 Publiceerde het essay 'De Schilderkunst in een kritiek stadium'. Zich afzettend tegen de abstracte schilderkunst van dat moment zet hij hierin zijn ideeën, over de moderne schilderkunst uiteen, met name ook over de plaats die zijn realistisch werk daarin innam.-1951 Overzichtstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.-1952 Schilderde tot 1962 een zeventiental landschappen met uitheemse dieren, zoals rinocerossen, giraffen, miereneters, maraboes. Plaatste de dieren in een voor hen ongebruikelijke omgeving, waardoor vervreemding ontstond.


1953 Tentoonstelling in het Waaggebouw in Nijmegen.


1955 Tentoonstelling Paleis Raadhuis in Tilburg.-1956 Tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.


1960 Wilma Willink-Jeuken overleed aan een hersenbloeding. Om dit grote verlies te kunnen verwerken maakte Willink een reis naar Rome. In deze stad bezocht hij onder andere de tuinen van het Vaticaan, het Thermen-museum, de omgeving van de stad en ca. 120 km vergelegen tuinen van Bomarzo.


1961 Tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het Thermen-museum in Rome vormde de inspiratie voor een drietal schilderijen, die in de jaren 1961-1963 ontstonden.


1962 Reisde opnieuw naar Rome en de tuinen van Bomarzo, waarvan de beelden in de periode 1963/1966 in een vijftal grote schilderijen, zoals 'De eeuwige schreeuw' (1964) en 'Onnodige getuigen' (1965) zouden worden verwerkt.


1968 Tentoonstelling Gemeentemuseum in Arnhem.-1969 Huwelijk met Mathilda de Doelder, die hij naakt in een aantal composities opnam, onder andere in 'Fuga monialium' uit 1967.


1973 Overzichtstentoonstelling in Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. In dit jaar ontstond een laatste zelfportret.


1975 Willink vervreemdde van Mathilda die tekenen van hoogmoedswaanzin vertoonde en nadat zij het portret van 'Wilma' uit 1952 ernstig beschadigde, bande Willink haar onmiddellijk uit zijn leven. Direct hierna deelde Willink zijn leven met een nieuwe muze: Sylvia.


1977 Na de officiële scheiding van Mathilda (2 juni) huwde Willink op 5 juli de kunstenares Sylvia Maria Elizabeth Quiël (geb. 1944) met wie hij tot aan zijn dood onafscheidelijk zou blijven. Sylvia Willink werd driemaal door Willink geschilderd, onder andere tweemaal levensgroot als 'Zittend naakt' in 1976 en in 1978 als 'Rustende Venus 2' waarmee Willink symbolisch verwijst naar de gelukkige periode met zijn echtgenote Wilma die hij in dezelfde houding schilderde als 'Rustende Venus' in 1931. Overzichtstentoonstelling bij Kunsthandel Van Wisseling in Amsterdam. Onderging een zware operatie. Deelname aan de tentoonstelling 'Tendenze der Zwanziger Jahre' in Berlijn.


1980 Overzichtstentoonstelling van het realistische werk in het Stedelijk Museum. In de G.I.N.-Gallery in Amsterdam werd het vroege abstracte werk getoond. Verschijnen van het standaardwerk door Prof. Hans Jaffé bij Meulenhoff/Landshoff. Bevordering tot officier in de Orde van Oranje Nassau, benoeming door de Franse staat tot het lidmaatschap van het 'Institut de France'. 15 december: opening van de grote internationale tentoonstelling 'Les Réalismes' in het Centre Georges Pompidou waar Willink met vijf werken was vertegenwoordigd.


1983 Werkte met Jouke Mulder aan zijn biografie 'Willinks waarheid'. Deelname aan tentoonstelling 'Zenith', Nationaal Museum in Belgrado (febr/maart). 2 augustus: bij Willink werd een ongeneeslijke leverkwaal geconstateerd. Werkte aan een schilderij dat nooit af zou komen, een variatie op 'Evenwicht der krachten'. 19 oktober: Albert Carel Willink overleed op 83-jarige leeftijd in zijn woonhuis te Amsterdam. Van 10 november 1984 tot 3 februari 1985 werd in het Gemeentemuseum van Arnhem, de tentoonstelling 'Terugblik op Willink' gehouden die ruim 80.000 belangstellenden trok. Zijn weduwe Sylvia Willink-Quiël is de beheerdster van zijn nalatenschap en enig auteursrechthoudster van Willinks werk. Bovendien is 'Carel Willink ®' een geregistreerde merknaam.

[http://www.carel-willink.nl/]

In English:

1900 Albert Carel Willinkwas born on 7 March in Amsterdam as the oldest of the two sons of Jan Willink and Wilhelmina Altes.


1913-1918 Followed secondary education at successively Institute of Hoof and the first five-year secondary school on the Keizersgracht in Amsterdam.


1918-1919 Studied briefly medications which arose a friendship with the late psychiatrist Frits Grewel. Then he studied until after the first year of engineering at the Technical University in Delft, where he first lived, made ​​friends with the late Charles Roelofsz. Meanwhile, he had settled in The Hague, where he presented his decision to become a painter. In a letter dated November 17, 1919 his parents informed


1920-1923 Traveled from Dusseldorf to Berlin, where he studied briefly at the Staatliche Hochschule, then at the international school of painters Professor Hans Baluschek. There closed friendship with Herbert Behrens Hangeler. First made ​​expressionist work, somewhat along the lines of Dix and Grosz, but exhibited in 1923 abstract work in Glaspalast in Moabit with the "November-Gruppe. Made watercolors and collages affinity with Klee and Schwitters. Worked for some time with the avant-garde magazine 'The View', took part in the groups' Der Wurf "in Bielefeld and" Zenith "in Belgrade.


1924-1925 Hadafter returning to Amsterdam in an exhibition 'Building Heystee', on which occasion he called himself 'futurist'. Worked on the magazine for constructivist art 'The Triangle', including Josef Peeters and Eddy du Perron. With the latter he remained friends until his death in 1940. Became a member of "The Independents", with whom he several times in the Stedelijk Museum in Amsterdam would exhibit in the coming years and for which he designed the poster and the catalog in 1927. There were a number of works such as "The Silver Wedding" (1924), in which figurative elements return and whose composition and structure of Army collages reminiscent.


1926-1930 Worked in 1926 some time in the studio of Henri Le Fauconnier students in Paris, where he made ​​line drawings from the nude. Was inspired by the classicism of Picasso, which works as 'Pigeons' (1927) and "Girl with Dove" (1929) arose. Married in 1926 with Mies van der Meulen, who, however, already left him in 1928. Willink portrayed her several times. With his first wife and Behrens Hangeler he traveled through France to the Pyrenees: the French countryside and include Lourdes also appeared in a number of works.


in 1931 Madewith his brother John traveled through Italy, which include Pisa and Florence were visited. Admiration for the work of De Chirico, paintings such as' Late visitors in Pompeii "(1931) arose. Painted in 1931 for a landscape lying naked 'Resting Venus, which Wilma Jeuken posed.


1932 Had a one-man exhibition at Art Trade Fight in Amsterdam, the typical 'Willink-House "published in the work, including the background of portraits of Charles and Wilma Roelofsz. Willink portrayed Wilma eleven times, including in 1932, 1938, 1940 (with cat) and in 1952, he also portrayed them together in double portraits in 1934 and 1957.-1933 Marriage Wilma Johanna Henriette Itching, born in 1905 in Amsterdam. Had a solo exhibition at the Stedelijk Museum 'The Cloth' in Leiden.-1934 had exhibitions in The Hague art dealer Nieuwenhuizen Segaar and Amsterdam art dealer Huinck and Scherjon.


1935 Involved in the home studio Ruysdaelkade in Amsterdam, where he lived. Until his death Went classic images, he knew from the Neues Palast in Potsdam, from Paris, Versailles or from the garden of the Rijksmuseum, processing in paintings such as landscape statue "and" The hunting lodge. Had in 1936 and 1938, an exhibition at Art Trade Carel van Lier.


1939 Retrospective exhibition at Museum Boijmans in Rotterdam. Paintings like "Job" (1938) and "Simeon the pillar saint" (1939) - for which the artist himself was model - and landscapes such as Château en Espagne "(1939) were seen as expressions of cultural pessimism, by the Second World War materialize were.


in 1941 Manufacturedcommissioned a portrait of Mr.. J.Th. Stakenburg. It would be in the next few years for a living have made ​​about 40 commissioned portraits, including several double portraits, follow. The latter, a portrait of a young woman 'The Madonna of the Galapagos Islands', emerged in 1980.


1947 Made a trip to Paris, where he again gained in the Jardin de Tuileries, the park of Versailles and St. Germain-en-Laye inspiration, which was incorporated. In paintings


1949 Exhibition Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven.


1950 Published the essay "The Art of Painting in a critical stage." Fixated on abstract painting of that time he puts herein are ideas about modern painting sets, especially over the place that are realistic work therein innam.-1951 Retrospective exhibition at the Palace of Fine Arts in 1952Brussel.-up Painted 1962 Seventeen landscapes with exotic animals like rhinos, giraffes, anteaters, marabou storks. Placed the animals in an unusual environment for them, causing alienation arose.


1953 Exhibition at the Waag building in Nijmegen.


1955 Exhibition Palace Hall in Tilburg.-1956 exhibition at the Stedelijk Museum in Amsterdam.


1960 Wilma Willink Jeuken died of a cerebral hemorrhage. To handle this great loss Willink made ​​a trip to Rome. In this city he visited include the gardens of the Vatican, the Baths Museum, near the city and 120 km distant gardens of Bomarzo.


1961 Exhibition at the Stedelijk Museum in Amsterdam. The Baths Museum in Rome was the inspiration for three paintings, which were created in the years 1961-1963.


1962 Traveled to Rome again and the gardens of Bomarzo, the images would be processed. During the period 1963/1966 in five large paintings such as "The Eternal Scream '(1964) and" Unnecessary witnesses' (1965)


1968 Exhibition in Municipal Arnhem.-1969 marriage to Mathilda the Doelder, he took naked in a number of compositions, including in "Fuga monialium 'from 1967.


1973 Retrospective exhibition at Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. In this year a final self-portrait was created.


1975 Willink alienated Mathilda who showed signs of megalomania and after the portrait of 'Wilma' in 1952 severely damaged, Willink banished her from his life immediately. Immediately after Willink shared his life with a new muse: Sylvia.


1977 After the official separation of Mathilda (2 June) Willink married on July 5, the artist Sylvia Maria Elizabeth Quiel (b. 1944), with whom he would stay. Inseparable until his death Sylvia Willink was painted three times by Willink, including twice life size as "Seated Nude" in 1976 and in 1978 as' Resting Venus 2 'which Willink symbolically refers to the happy time with his wife Wilma which he painted in the same position as' Resting Venus in 1931. Retrospective exhibition at Art Dealer Of Exchange in Amsterdam. underwent a serious operation. Participation in the exhibition "Tendenze der Zwanziger Jahre" in Berlin.


1980 Retrospective exhibition of realistic work at the Stedelijk Museum. The GIN Gallery in Amsterdam early abstract works were shown. Appearence of the standard by prof. Hans Jaffe at Meulenhoff / Landshoff15:.. Promotion Officer in the Order of Orange Nassau, appointed by the French State to membership in the Institut de France, December Opening of the major international exhibition "Les Realismes" at the Centre Georges Pompidou where Willink was represented by five. works


1983 Worked with Jouke Mulder to his biography 'Willinks truth'2:... Participation in exhibition "Zenith", National Museum in Belgrade (Feb / Mar) August At Willink an incurable liver disease was diagnosed Worked on a painting that would never come off , a variation on 'Balance of forces "October 19:..Albert Carel Willink died at age 83 at his home in Amsterdam from November 10 1984 to 3 February 1985 in the Municipal Museum of Arnhem, the exhibition" Looking back at Willink' held which attracted over 80,000 interested people. His widow Sylvia Willink Quiel is managed star of his estate and any copyright holder of Willinks work. Moreover, "Carel Willink ® 'is a registered trademark.

view all

Albert Carel Willink's Timeline

1900
March 7, 1900
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
1927
1927
Age 26
1928
1928
Age 27
1930
1930
Age 29
1969
February 17, 1969
Age 68
Amsterdam, Government of Amsterdam, North Holland, The Netherlands
1977
June 2, 1977
Age 77
1977
Age 76
1983
October 19, 1983
Age 83
????
Amstelveen, NLD