Gerard van der Aa (b. - 1443) MP

‹ Back to van der Aa surname

23

Matches

0 0 23
Adds birth date, more complete death date, middle name and residence.

View Gerard van der Aa's complete profile:

  • See if you are related to Gerard van der Aa
  • Request to view Gerard van der Aa's family tree

Share

Nicknames: "Gerrit"
Death: Died
Occupation: échevin de Bois-le-Duc en 1429 et 1437
Managed by: George J. Homs
Last Updated:

About Gerard van der Aa

  • Schepen van 's-Hertogenbosch in 1429 en 1437

April 1410:

Gerit van Aa z.v.w. Gerit met een cijns beloofd door Heer Dirck van Hoerne Heer van Perweys en van Duffel en een cijns die Heer Dirck van Heurne Heer van Perweys en van Cranenborch, ridder, beloofd had aan Gerit, wordt gemaand.

ca. 30 december 1411:

Gerard van Aa zoon Heer Goossen van Aa, ridder, schout van 's-Hertogenbosch en Gerard van Aa z.v.w. Gerard. (doorgedane akte)

20 mei 1412:

Gerard van Aa z.v.w. Gerit een pacht uit hoeve ter Braken in Deurne van wijlen Heer Gevaert van Deurne verkocht destijds door Jan van Deurne z.v.w. Heer Gevaert, ridder.

1 juni 1414:

Anthonie van Bourgondië verklaart afstand te doen t.b.v. Hendrik (broer van Gerard), Gerard van der Aa en Arnoldus de Wolf, burgers en Arnoldus Stamelart van Uden, laagschout van Den Bosch , van schade geleden te Batenburg van een som van 1000 gulden etc.

1421-1422:

Gerit van der Aa zoon van w. Gerit van der Aa t.b.v. Goyart, zijn broer, nat. zoon van w. Gerit.

1421-1422:

Gerit van der Aa zoon w. Gerit van der Aa gehuwd met joffr. Liesbeth dr. w. Wellen van Neynsel.

25 november 1422:

Schepenen in Buscoducis Henricus Dicbier en Johannes de Berkel oorkonden, dat Gerardus de Aa, zoon van wijlen Gerardus de Aa, -de erfcijns van 5 oude ponden en 5 oude schellingen, die heer Willelmus de Aa, ridder, beloofd had aan Gerardus de Aa te betalen uit zijn tiende in de parochie van Oirschot, welke tiende van wijlen heer Willelmus de Busco, ridder, was; -de erfcijns van 3 oude ponden en 5 oude schellingen, die aan vrouwe Hadewigs de Neynsel toebehoorde in de cijns van 10 pond, welke Bertha de Neynsel en haar broer Gerardus kregen uit huis en erf, gelegen in Buscoducis aan de Vismarkt naast het huis en erf van Johannes Kersmeker, in welk huis Matheus, zoon van wijlen Gerardus Zabbe woonde, en welke cijns van 3 pond en 5 schellingen nu uit huis en erf van wijlen Nollikinus Quappe, gelegen in Buscoducis aan de Vismarkt betaald moet worden, terwijl deze cijns door Johannes, zoon van wijlen Hermannes de Eyndhoven, aan Ghysbertus de Spina, zoon van wijlen Ghiselbertus de Spina verkocht was, en door deze weer aan Gerardus was overgedragen; -en de erfcijns van 4 pond uit de cijns van 5 pond, die Elisabeth des Corten, wijlen moeder van Rutgerus, kreeg uit het erf, dat van Henricus Pricke was, gelegen in Buscoducis aan de Vuchterstraat, tussen het goed van Rodolphus, zoon van Godescalcus Roesmont, en dat van Goeswinus Knode en Johannes Lemken, strekkende van de Vuchterstraat tot de Postelstraat, en uit alle gebouwen, die erop staan, welke cijns van 4 pond Ghiselbertus, zoon van wijlen Ghiselbertus de Spina, van Rutgerus Cort, zoon van wijlen Henricus Cort, en van Rutgers zoon van Henricus verkregen had; heeft overgedragen aan vrouwe Agnes van Zulen, abdisse, t.b.v. het convent van St. Clara.

31 augustus 1426 en 24 december 1427:

In het testament en codicil van Henrick van der Lek, heer van Heeswijk is getuige Gerard van der Aa zoon w. Gerard, knape. Henricus Dicbier en Gerardus van de Aa, schepenen in Buscum Ducis geven vidimus van een brief van 26 december 1348.

7 december 1429. ( op onser vrouwenavaont conceptio)

Ghereat van der Aa, zoon van Gheraet, oorkondt dat hij, op verzoek van Aernt van Zevenbergen, een jaarrente van 100 cronen aan Brant Roevers, Mathijs Bacs, Henric Steenwechs en Jan van Erpe, zoon van Leonis, zal betalen, dat hij Aernt voornoemd als kwijting alle tienden in de ban van Hedecusen in het land van Huesden heeft gekregen en dat hij door Yngram Roompot, abt van Berne, met de tienden is beleend.

8 december 1430:

Johanna van der Lek vrouwe van Hoogstraten, Heeswijk en Dinther in een akte betreffende de stichting van de kapel bij het kasteel van Heeswijk waarbij als arbiter aanwezig Gerard van der Aa.

1432:

Goossen z.v. Gerard van Berkel verkoopt de heerlijkheid Asten aan Gerard van der Aa.

ca. 1438:

Pauwels Langghenen van Beek vraagt zijn neef Gheryt van der Aa, wonende op Zeeghelworp, 15 bourgoensche schilden te leen, te bezorgen te Heusden bij Willem van Boxtel.

9 augustus 1438:

Mechtildis weduwe van Jacobus Uter Oosterwyc verkoopt ten overstaan van Willem Dicbier Henricsz. en Willem Dicbier Jansz., schepenen van den Bosch, aan Gerard van der Aa een stenen huis en burcht, staande op de Oude Huls en zich uitstrekkende vanaf de gemene straat tot aan het water, zijnde bezwaard met erfrenten.

30 juli 1443:

Testament van Gerard van der Aa, armiger (knape-wapendrager), z.v.w. Gerard van der Aa met toestemming van zijn echtgenote Vrouwe Anna van Scoenhoven, onder de getuigen Godefridus nat. broer van de testateur. Opgemaakt te Gestel in het goed "te Zegenworp" op zijn kasteel. Het testament van Gerard van der Aa, voor notaris Maarten Someren authentiek afschrift in 1473: testator: Gerard van der Aa z.v.w. Gerard van der Aa en schildknaap hij is gezond van geest, maar ligt in zijn ziekbed; hij herstelde niet. Hij handelt met toestemming van Anna van Schoonhoven, zijn echtgenote. Hij wil evenals zijn echtgenote begraven worden op het hoog koor (in maioro choro) van de St. Janskerk. Legaten:

  • 1. aan de fabriek van de St Janskerk 10 Hollandse gulden, het gebruikelijke bedrag, voor zijn graf.
  • 2. aan de fabriek van de kerk van St. Lambertus 3 gouden klinkaarts.
  • 3. aan deken en kapittel van de St. Janskerk een erfcijns van 5 pond uit zijn goederen te aanvaarden voor de helft na zijn dood en voor de helft na de dood van zijn echtgenote; deze erfcijns is bestemd voor een jaartgetijde voor hem, zijn echtgenote en zijn voorouders; zijn erfgenamen kunnen deze erfcijns aflossen met 35 Rijnsgulden.
  • 4. aan de Predikheren om hun kloostergebouwen te herstellen en voor een jaargetijde, zoals onder 3 omschreven, 14 Rijnsgulden.
  • 5. aan de Minderbroeders voor een jaargetijde, zoals onder 3 omschreven, 7 Rijnsgulden.
  • 6. aan de Augustijnen en de Carmelieten die in Den Bosch of in St. Michielsgestel hun termijn houden ieder 2 Rijnsgulden.
  • 7. aan de fabriek van de kerk van St. Michielsgestel 50 Philippusschilden; Gillis de Snijder en "Godfried, de natuurlijke broeder" van de testator, mogen bepalen hoe dit geld te besteden; het is bestemd voor de aankoop van een erfcijns van 1 pond voor de vicaris van voornoemde kerk die daarvoor een jaargetijde moet houden voor de zielen van hem en zijn echtgenote.
  • 8. aan de koster van de kerk van St. Michielsgestel 1 mud rogge eens.
  • 9. aan de Tafel v/d H. Geest van St. Michielsgestel een erfpacht van 3 mud uit al zijn goederen, op voorwaarde dat hiervan zolang zijn echtgenote en zijn "oudste zoon Gerard" leven, jaarlijks op zijn sterfdag brood wordt uitgedeeld onder de armen van St. Michielsgestel; wat er overblijft moet door Anna en Gerard v.n. voor vrome doeleinden worden aangewend; na de dood van Gerard moet de bezitter van het kasteel (castrum) van Zegewerp deze spijnde organiseren; na de dood van Anna

wordt deze spijnde voor de helft op zijn sterfdag en voor de helft op de sterfdag van Anna gehouden.

  • 10. de testator heeft een gasthuis gesticht in St. Michielsgestel; na zijn dood moet dit bestuurd worden door Anna en Gerard; zij mogen het naar een andere plaats overbrengen of het voor een ander vroom doel bestemmen.
  • 11. aan Hendrik Snavel , Godfried de natuurlijke broeder van de testator en Gerard van Boningen ieder 2 ruiters (equites), vermoedelijk een muntsoort.
  • 12. aan Geertrui d.v. Bergmans en aan zekere Heilwych, zijn dienstmeiden, ieder 1 ruiter en het hun verschuldigde loon.
  • 13. aan Gerard de Brouwer, zijn knecht, 1 ruiter en het hem verschuldigde loon.
  • 14. aan Godfried, zijn natuurlijke broeder, om Godswil en voor zijn bewezen diensten een lijfrente van 10 Rijnsgulden uit al zijn goederen.
  • 15. aan "Heilwych, zijn natuurlijke zuster" en begijn, om Godswil en voor de door haar bewezen diensten een lijfrente van 8 Rijnsgulden uit al zijn goederen. voor onder 14 en 15 genoemden: op voorwaarde, dat deze personen na zijn dood Anna en zijn kinderen trouw zullen blijven dienen; Anna moet hen echter wel voeden en kleden.
  • 16. aan "Liesbeth zijn dochter" , non in het Clarissenklooster te Den Bosch, in plaats van haar erfdeel een erfcijns van 16 pond uit een huis in Den Bosch (die Arnoldus Dicbier uit diens woonhuis in Den Bosch en uit diens weiden geheten "Scaren" moet betalen,deze erfcijns werd 9 augustus 1367 door Jan van Derentheren verkocht aan Wellinus van Neysel, z.v.w. Jacob Coptiten) gedurende haar leven en na haar dood aan het klooster; het klooster moet wel een jaargetijde houden zoals

beschreven onder 3.

  • 17. aan Liesbeth onder 16. genoemd nog een lijfrente van 16 pond uit al zijn goederen; deze vervalt na de dood van Liesbeth niet aan het klooster.
  • 18. aan Gerard zijn oudste zoon na de dood van zijn moeder een erfcijns van 30 pond oud geld ooit verworven door "Wellen van Neijnsel en Hendrik van Nuland".
  • 19. aan Gerard voorn. een erfpacht van 20 mud uit alle leen en cijnsgoederen van "Willem van der Aa "; deze goederen heeft Willem voorn. verkocht aan Jan de Jode.
  • 20. aan Gerard voorn. een erfcijns van 10 pond oud geld uit de goederen van w. Philips Hinkaart gelegen in Empel en Meerwijk.
  • 21. aan Gerard voorn. een erfcijns van 3 pond oud geld uit goederen in Empel. voor onder 18-21: op voorwaarde dat Gerard hiervan het vruchtgebuik heeft en dat deze na zijn dood vererven op de

broeders en zusters van de testator; de kinderen van deze broeders en zusters treden in de plaats van hun overleden ouders.( is dit juist en wordt i.p.v. de testator niet bedoeld de begunstigde?)

  • 22. aan Gerard voorn. een erfcijns van 5 pond uit erfgoederen in het gerecht van Empel in "Die Hoeve".
  • 23. aan Gerard voorn. een erfcijns van 2 pond uit goederen in Lith. voor onder 22-23: met de bepaling dat Gerard daarover vrijelijk mag beschikken.
  • 24. aan Jan van der Aa zijn zoon na de dood van zijn moeder het goed Zegewerp gelegen in het land van Herlaar met een stuk beemd in "Die Merendonck" en een stuk beemd, leengoed, in Esch; verder al zijn andere leen-, cijns- en allodiale goederen; omdat Zegewerp belast is met de leenstatus bepaalt hij, dat ter verlichting Anna na zijn dood 600 Rijnsgulden die Jan de Jode hem schuldig is zal gebruiken om erfgoederen te kopen t.b.v. haar en Jan voorn.; hij bepaalt ook, dat "jkvre Aleid van Bommel" Zegewerp niet mag betreden.
  • 25. in het contract onlangs gesloten in verband met het huwelijk van jkvre Elsbene, zijn dochter, met Robrecht de Loze is bepaald, dat de testator als bruidschat zal geven een erfcijns van 100 Philippusschilden en 100 Arnoldsgulden; deze zouden dienen om de goederen van Robrecht van de erop rustende lasten te bevrijden; de testator kocht reeds erfcijnsen ter waarde van 51 Philippusschilden; hij wijst deze nu toe aan Robrecht; de rest van de bruidschat mag Robrecht verhalen op zijn goed genaamd "Ter Opstal"; mocht Robrecht zonder wettig nageslacht na te laten overlijden, dan gaan deze goederen naar Elsbene en als zij dan niet meer leeft, vallen zij toe aan Gerard; mochten Elsbene en Robrecht na de dood van de testator en Anna met de vijf andere broeders willen delen, dan moeten zij volgens het recht van de stad Den Bosch de voornoemde renten inbrengen.
  • 26. al zijn overige goederen vererven na de dood van de testator en van Anna op zijn kinderen Dirk, Hendrik, Willem, Godfried en Gerard jr. en moeten dan gelijkelijk gedeeld worden; geen van zijn kinderen mag de hem of haar gelegateerde of te erven goederen vervreemden als hij of zij nog geen 30 jaar oud is. Mochten zijn goederen belast worden dan komt deze voor rekening van alle kinderen, hij benadrukt, dat Anna het vruchtgebruik heeft van alle goederen zolang zij leeft.

Executele: mr. Gerard van Vladeracken, doctor in de rechten; jkrs. Jan en Hendrik van Schoonhoven, gebroeders; Jan Monix, meester in de vrije kunsten. Plaats: in Gestel op het goed Zegewerp in de stenen toren van het huis aldaar. Getuigen: mr. Gerard Krom, deken van het kapittel van de St. Jans kerk; Gijsbrecht Bak, kanunnik van deze kerk en Godfried, nat. broeder van de testator.

8 januari 1445:

Een erfpacht gegeven voor schepenen van Oesterwyck door Jan en Aert gebroeders en hun zuster Geertruyt kinderen van w. Peter van de Loe etc. o.a. uit: de helft van een beemd genaamd "Theelbeemdje "gelegen in de parochie van Esch, ter stede genaamd "die Rudonck" tussen de gemene stroom, genaamd die Aa, enerzijds en het erf van Aert Henrickskinderen anderzijds, strekkende met het ene einde aan het erf der kinderen v.w. Gherijts van der Aa van Segeworp.

1444-1445:

Gerit, Jan en Dirck zoons van Gerit Geritsz. van der Aa en jkv. Anna.

23 augustus 1449:

Overdracht door vier broers, Jan, Dirk, Henrick en Gerard, zoons van vrouwe Anna en w. Gerard van der Aa, knape, aan de notaris Johannes Amelricusz. de Buscoducis ten behoeve van de kapel van St. Anthonius bij het kasteel van Heeswijk, van een erfpacht van 2 mud rog uit een stuk weiland te Schijndel achter de kerk in de Haerbeemde, 2 1/2 bunder min 20 roeden groot, geheten de Smaledonck, welke pacht zij verkregen hebben van hun moeder Anna. De overdracht vindt plaats ter uitvoering van een arbitrale uitspraak hun gerechtelijk opgelegd als genoegdoening. Uit de erfpacht moet een wekelijkse mis worden gefinancieerd voor het zieleheil van de vermoorde man Thomas van Hazelbosch.

1455-1456:

Jan, Dirck, Henrick en Willem zoons van w. Gerit Geritsz. van der Aa. De beleningen met het goed Zegenwerp gaan als volgt: Na afstand van de tocht van Anna van Schoonhoven voor schepen van Den Bosch op 10 december 1444 van "tghoet te Zegheworp" t.b.v. haar zoon Jan van der Aa.

25 februari 1444( des anderen daighs nae Sint Matheusdach 1443) Jan Gerardsz. van der Aa 't goet te Zegheworp met zijnre toebehoirten, welck goet Jan Gerairtszn van der Aa ontfangen heeft, dair bij waren mannen van leen Willem van der Aa, Dirck van Thuyl, Jan de Jode en Jan van den Camp. Na hem werd 7 september 1446 daarmee beleend zijn oudste broer Gerard van der Aa, kloosterling in Mariahage bij Eindhoven. Na deze, 28 april 1449 zijn broer Hendrick van der Aa, hij droeg Zegenwerp over aan zijn broer Jan van der Aa op 4 oktober 1452. Op 10 februari 1473 droeg Jan van der Aa zijn huys tot Zegenworp over aan Herman Coenen zijn schoonzoon. <387>

31 maart 1459:

Dirck, Hendrick, Willem en mr. Goyart, gebroeders, zonen van w. Gerard van der Aa, dragen t.o.v. Martinus van Roye en Henricus van den Merendonc, schepenen van den Bosch, over aan Aleid (Pieck), weduwe van Johannes Oem, ridder, heer van Bokhoven, een stenen huis met tuin, staande en gelegen te den Bosch op de Oude Huls en zich uitstrekkende vanaf de gemene straat tot het daar achter vlietende water.