Jan Cornelis Ceton

Is your surname Ceton?

Research the Ceton family

Jan Cornelis Ceton's Geni Profile

Records for Jan Cornelis Ceton

1,815,305 Records

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Share

Jan Cornelis Ceton

Birthdate:
Birthplace: Bodegraven, Zuid-Holland, Netherlands
Death: Died in Amerongen, Utrecht, Netherlands
Immediate Family:

Son of Huijg Ceton and Maria Sterk
Husband of Emma Josephine Hess
Brother of Cornelis Ceton

Occupation: 1911: Onderwijzer
Managed by: -geni-NL-gids- Jeannette.
Last Updated:
view all

Immediate Family

About Jan Cornelis Ceton

voorman van de Sociaal-Democratische Onderwijzers Vereeniging en partijbestuurslid van de Sociaal-Democratische Partij, de Communistische Partij in Nederland en de Communistische Partij Holland-Centraal Comité, is geboren te Bodegraven op 13 mei 1875 en overleden te Amerongen op 21 januari 1943. Hij was de zoon van Huijg Ceton, onderwijzer, en Maria Sterk. Op 19 juli 1911 trad hij in het huwelijk met Emma Josephine Hess. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Ceton was van vaderszijde afstammeling van een Engelse of Schotse militair, Sutton geheten, die rond 1620 in het plaatsje Schoonhoven was ingekwartierd. Diens nakomelingen verbasterden de familienaam tot 'Seton' of 'Ceton' en raakten ervan overtuigd af te stammen van Franse Hugenoten. Cetons moeder was afkomstig uit een geslacht van nederige ambachtslieden en agrariërs en was net als haar man Nederlands hervormd gedoopt. Cetons vader doorbrak de familiale traditie het beroep van koperslager uit te oefenen en werd hulponderwijzer en later onderwijzer aan de openbare lagere school te Bodegraven. Ceton trad in de voetsporen van zijn vader en ging in september 1890 voor onderwijzer studeren aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzers te Haarlem. De studie werd bekostigd uit een rijkstoelage van driehonderd gulden per jaar, door de jeugdige Ceton voornamelijk besteed aan kost en inwoning. In 1892 meldde hij zich met andere kwekelingen vrijwillig aan om zich te bekwamen in de beoefening van de wapenkunst onder supervisie van een milicien korporaal. Hij was één van de beste kwekelingen van zijn jaargang maar het lukte hem in april 1894 niet zijn onderwijzersakte te behalen. In oktober slaagde hij wél en dankzij bemiddeling van de kweekschool kon hij in januari 1895 als onderwijzer beginnen aan de openbare lagere school te Alphen aan den Rijn. Het verblijf in Alphen was van groot belang voor zijn vorming. Als jong onderwijzer verzette Ceton zich tegen de zijns inziens te sterke nadruk op boekenwijsheden. Hij bracht de schoolkinderen tijdens lange schoolwandelingen in aanraking met de natuur en propageerde deze vorm van pedagogiek tijdens bijeenkomsten van onderwijzers uit het Oude Rijn-gebied. Aan zijn liefde voor natuur en vlinders gaf hij uitdrukking in het blad De Levende Natuur van E. Heimans en Jac. P. Thijsse. Zijn hartstocht voor de natuur raakte vermengd met een verzetshouding tegen het christelijk onderwijs en de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Vermoedelijk speelde het verzet van de calvinistische bevolking van het gebied tegen Cetons vernieuwingsdrift op onderwijskundig gebied hierbij een rol. Belangrijker waren de voortdurende pogingen van calvinistische gemeentebesturen het openbaar lager onderwijs te marginaliseren. C. Bijkerk, onderwijzer in Oudshoorn en later strijdmakker van Ceton in de SDAP, ageerde hier publiekelijk tegen in het lokale blad De Rijnbode, waarbij hij en passant de erbarmelijke sociale condities van de werklieden aan de kaak stelde. Het gevolg was een verhevigde hetze tegen het openbaar onderwijs en de er werkende 'socialen'. Ceton zal deze hetze met groeiende afkeer hebben gadegeslagen maar uitte dit nog niet, ofschoon hij zich als afdelingssecretaris van het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap wel inzette voor betere sociale condities voor onderwijzers. In zijn vrije tijd studeerde hij voor de hoofdakte van onderwijzer, die hij in oktober 1898 behaalde. Per 1 juni 1899 werkte hij als onderwijzer te Amsterdam aan school 130, de latere Kastanjepleinschool aan de 2e Oosterparkstraat. Tot de opheffing van de school in augustus 1925 bleef hij er, met een korte onderbreking, als volksonderwijzer werken. Hij werd overgeplaatst naar de Bankaschool en twee jaar later naar de Kramatschool, eveneens in de 'Indische Buurt'. Ceton was een bijzonder geliefd onderwijzer en zijn leerlingen, maar ook hun ouders, droegen hem op handen. Net als veel andere sociaal-democraten voelde hij niet voor de functie van hoofdonderwijzer.

Ten tijde van zijn vertrek naar Amsterdam in 1899 had Ceton al gebroken met het hervormde geloof. Hij werd socialist en trad toe tot de SDAP. In oktober 1900 werd hij secretaris van Arbeiderskiesvereeniging Amsterdam-III en in 1901 penningmeester van de Amsterdamsche Bestuurdersbond. Vanaf september 1899 tot januari 1906 was hij secretaris van het hoofdbestuur van de Sociaal-Democratische OnderwijzersVereeniging (SDOV), van 1901 tot 1905 en van 1907 tot 1908 bovendien redacteur van De Volksonderwijzer, het orgaan van de SDOV. Organisatie en blad werden in december 1908 opgeheven bij gebrek aan leden en abonnees. Ceton bleek in de partij een briljant organisator en leverde via het door hem, D. Wijnkoop en S.R. de Miranda ontwikkelde systeem van 'kiezerskweek' een belangrijke bijdrage aan de verkiezingszeges van de SDAP bij de Raadsen Kamerverkiezingen tot 1909. Zijn bijdrage hieraan was zo beslissend dat de partij hem ter beloning in 1905 een boekenkast dacht te schenken. Het feest ging echter niet door omdat Ceton elke vorm van beloning gedecideerd van de hand wees. Rond 1900 was Ceton in contact gekomen met Wijnkoop. Hoewel zij nauwelijks persoonlijke vriendschapsbanden ontwikkelden, werden zij politieke strijdmakkers voor decennia. Cetons huwelijk in 1911 met Emma Hess, de vroegere vrouw van Wijnkoop, deed hun onderlinge relatie geen goed. Er trad een verkilling op, die zich echter zelden tot het politieke vlak uitstrekte. Hun samen optrekken in de politiek begon bij de meningsverschillen vanaf de eeuwwisseling binnen de SDAP over de te volgen koers van de sociaal-democratie. Tegenover de gematigde, 'reformistische' meerderheidsstroming formeerde zich een 'marxistische' minderheid, waartoe Ceton zou gaan behoren. In 1902 nam hij stelling tegen P.J. Troelstra's steun aan staatssubsidiëring van het christelijk lager onderwijs en schreef in De Nieuwe Tijd een vlammend artikel daartegen. Op het SDAP-congres van Groningen in hetzelfde jaar hoorde hij tot de opponerende linkse minderheid. Vanaf dat moment zou hij samen met Wijnkoop en andere radicale marxisten in een ongeëvenaard radicalisme de officiële partijkoers bestrijden. Hun voornaamste machtsbasis vormde de afdeling Amsterdam III, de grootste afdeling van de partij én Troelstra's kiesdistrict voor de Kamer. Wijnkoop was er jarenlang voorzitter met Ceton als secretaris aan zijn zijde. Naarmate de partijstrijd verhevigde, verzekerde het duo zich van een bescheiden achterban van radicale marxisten in de afdeling. Vanaf het begin stond dit groepje, samen met medestanders in andere afdelingen, ambivalent tegenover de ruimere marxistische 'Nieuwe Tijd-groep' en maakte zich er ten slotte van los. Ten bewijze van die breuk richtte de groep rond Wijnkoop en Ceton in 1907 het oppositionele weekblad De Tribune op. Ceton werd redacteur van het blad met Wijnkoop en W. van Ravesteyn. Hij schreef er talrijke artikelen in en verwekte opschudding met het nietsontziende kritiseren van partij koers en partijleiding. Met de Kamerverkiezingen van 1909 in zicht greep de Kamerfractie ten slotte in en wist het buitengewoon congres van Deventer (februari 1909) te forceren dat de redactie van het blad voor de keus stelde en vervolgens na weigering het blad op te heffen royeerde. Eén maand later volgde de oprichting van de Sociaal-Democratische Partij (SDP), voorbereid door een commissie van negen onder wie Ceton. Pogingen van de kant van de Tweede Internationale de breuk te helen liepen op niets uit, mede vanwege het felle verzet van Ceton tegen compromissen met de oude tegenstanders.

Ceton werd lid van het partijbestuur van de SDP, vanaf december 1910 als secretaris-penningmeester. Hij was redacteur van De Tribune (tot april 1916, daarna vast medewerker) en deed vanaf 1916 de administratie. Met kunst en vliegwerk wist hij het blad op de been te houden. Ceton was in 1919 medeoprichter van de Kommunistische Onderwijzers Vereeniging en redacteur van haar orgaan De Communistische Onderwijzer, dat van 1919 tot vermoedelijk eind 1923 bestaan heeft. Hij kandideerde enige malen voor de Staten- en Kamerverkiezingen en werd in 1919 voor de Communistische Partij in Nederland (CPN), sinds 1918 de voortzetting van de SDP, verkozen tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij hield er felle redevoeringen ter verdediging van de belangen van de arbeiders en ten gunste van het openbaar onderwijs. In 1923 werd hij herkozen als Statenlid, maar de benoeming ging niet door omdat Cetons geloofsbrieven te laat op de Provinciale Griffie arriveerden. In februari 1921 verzocht Ceton de wethouder van onderwijs een studiereis te mogen maken naar Sovjet-Rusland om onderzoek te doen naar de arbeids-eenheidsschool. In dit experimentele systeem legde het aanleren van verschillende maatschappelijke arbeidsvormen de basis voor scholing en wetenschappelijke vorming, terwijl de school tevens alle onderwijsvormen, van bewaarschool tot hogeschool, zou moeten omvatten. Ceton wilde ook de congressen van de Roode Vak-Internationale en Komintern bijwonen. Burgemeester en Wethouders weigerden echter toestemming te verlenen, zelfs nadat de gemeenteraad er wél mee had in gestemd. Ceton negeerde daarop het verbod en vertrok in mei naar Sovjet-Rusland, waar hij samen met Brecht van den Muijzenberg-Willemse en Jan Stam verschillende scholen bezocht. Op het Komintern-congres bleek hij meer aandacht te hebben voor een vrouwelijke kameraad dan voor V.I. Lenin, die hem weinig kon bekoren. Cetons reis verwekte sensatie in de Nederlandse pers van links tot rechts en leidde er ten slotte toe dat hij in september als onderwijzer ontslagen werd. De nieuwe wethouder van onderwijs, Cetons politieke tegenstander Willem Vliegen, zorgde er echter voor dat Ceton in januari 1922 weer op zijn oude school voor de klas stond. Wel ondertekende deze een verklaring zich in het vervolg aan de 'Instruktie voor het onderwijzend personeel' te zullen houden. Ceton deed verslag van zijn reis- en studie-ervaringen in brochures en artikelen in De Communistische Gids en De Communistische Onderwijzer. Opvallend zijn de nadruk op de destructie in het land door revolutie en burgeroorlog, de bewondering voor wat de bolsjewiki onder deze benarde omstandigheden op onderwijsgebied presteerden en de herhaaldelijk geuite overtuiging, dat de arbeids-eenheidsschool de toekomst had nu het kapitalisme in zijn stervensfase verkeerde. Ceton bleef Wijnkoop trouw, toen deze met Van Ravesteyn en G. van Burink op het CPN-congres van mei 1926 werd geroyeerd. Dit royement was het gevolg van een jarenlange partij strijd rond de vakbondspolitiek van Wijnkoop cum suis en de te vriendelijk geachte houding jegens parlement en SDAP. De contradicties spitsten zich ten slotte toe op de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen, waarbij de steun van het Executief Comité van de Komintern aan de oppositie bijdroeg aan de nederlaag van de oude partijleiders. Ceton had zich van meet af aan onverzoenlijk tegenover de oppositie opgesteld en werd onmiddellijk lid van het bestuur van de in oktober 1926 opgerichte Communistische Partij Holland-Centraal Comité (CPH-CC) evenals redacteur en administrateur van haar orgaan De Communistische Gids, nadat de CPN-leiding het gelijknamige maandblad eind 1925 had opgeheven. Ceton was ook geplaatst op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1929, die een Kamerlidmaatschap voor Wijnkoop opleverden. Deze verkiezingen bevestigden de patstelling tussen de oude CPN en de CPH-CC. Zij luidden een toenadering in tussen beide partijen, die in juni 1930 tot herstel van de communistische eenheid leidde. Ceton nam deel aan het overleg tussen CPN en CPH-CC op 20 juni dat de feitelijke grondslagen voor het opgaan van de nieuwe in de oude partij vaststelde, maar wilde zelf waarschijnlijk niet accoord gaan met de opheffing van de CPH-CC, wat immers een knieval inhield voor de voorheen zo fanatiek bestreden tegenstanders. Dit betekende dat hij zich na de 20e juni voorgoed uit de politiek terugtrok zonder er ooit in geschrifte op terug te blikken. Wij weten daarom niet of en in hoeverre Ceton met het communisme brak.

Cetons afscheid van de politiek bracht weer tijd voor zijn oude liefde: de vlinders. In juni 1933 verscheen een eerste artikel van zijn hand in De Levende Natuur, verlucht met fraaie, door hemzelf gemaakte foto's. Er zouden nog vele artikelen volgen. Ceton maakte voor vlinderstudie en -verzameling reizen naar de Eifel, Luxemburg en het Zwitserse hooggebergte. Over de Nederlandse vlinder- en insectenwereld schreef hij poëtische artikelen in De Levende Natuur en De Entomologische Berichten. Hij werd in 1932 lid van de Nederlandsche Entomologische Vereeniging, maakte veel vrienden onder entomologen en lepidopteristen en werd algemeen als groot vlinderkenner erkend. Ceton kon ook verdienstelijk viool- en pianospelen en maakte composities, die hij welluidend ten gehore bracht. Profiterend van een nieuwe sociale wet vroeg en kreeg Ceton per 1 april 1936 eervol ontslag als onderwijzer. Met zijn vrouw verhuisde hij naar Albergen, waar hij de omgeving afstroopte op zoek naar zeldzame vlinders. In september 1936 nam het echtpaar zijn intrek in Wageningen, aan de Keijenbergscheweg dichtbij Bennekom. Ceton moet hier gelukkige jaren hebben gekend en genoot van de omgeving die hij in een prachtig artikel, zijn laatste, uit het voorjaar van 1941, in De Levende Natuur beschreef. In 1941 dook het oud-SDAP-raadslid Ben Sajet enige tijd bij hem onder. In de loop van 1942 openbaarde zich bij Ceton de fatale ziekte, waaraan hij begin 1943 in het Johanniter Hospitaal te Amerongen overleed. In De Levende Natuur schreef vlinderkenner en buurman Dr. J. Wilcke een necrologie waarin hij Ceton eerde als een gul, hulpvaardig en nobel mens die zijn blijmoedigheid zelfs in het besef van de naderende dood wist te bewaren. Zijn vrouw verhuisde na een korte onderduikperiode te Wageningen naar haar oudste broer in Hilversum, vanwaar zij gedeporteerd werd naar Auschwitz en op 22 mei 1944 moet zijn omgebracht.

bron: http://socialhistory.org/bwsa/biografie/ceton

In English:

Jan Cornelis Ceton leader of the Social Democratic Teachers Association and party member of the Social Democratic Party, the Communist Party in the Netherlands and the Communist Party Holland Central Committee, was born in Bodegraven on May 13, 1875 and deceased in Amerongen on January 21, 1943 . He was the son of Huijg Ceton, teacher, and Mary Strong. On July 19, 1911, he married Emma Josephine Hess. This marriage was childless. Ceton was paternal descendant of an English or Scottish soldier, named Sutton, who was billeted. Around 1620 in the town of Schoonhoven His descendants have corrupted the name to "Seton" or "Ceton" and became convinced of French Huguenot descent. Cetons mother came from a family of humble artisans and farmers, and like her husband was baptized Dutch reformed. Cetons father broke the family tradition to pursue the occupation of coppersmith and was assistant teacher and later a teacher at the primary school in Bodegraven. Ceton in the footsteps of his father and went in September 1890 for teacher studying at the National School for Teachers in Haarlem. The study was funded by a grant from wealthy hundred guilders a year, by the youthful Ceton mainly spent on room and board. In 1892 he volunteered with other trainees volunteered to become proficient in the practice of the art weapons under the supervision of a militiaman corporal. He was one of the best trainees of his age, but he succeeded in April 1894 not to achieve. His teacher's certificate In October he succeeded well and thanks to the mediation of the college he was in January 1895 as a teacher begin the public elementary school in Alphen aan den Rijn. The stay in Alphen was of great importance for its formation. As a young teacher Ceton opposed what he considered to be a strong emphasis on financial wisdom. He brought the school during school long walks in contact with nature and propagated this form of pedagogy at meetings of teachers from the Old Rhine area. His love for nature and butterflies he expressed in the journal Nature Alive E. Heimans and Jac.Thijsse.His passion for nature became mixed with an opposition stance against Christian teachings and the existing social relations. Probably played the resistance of the Calvinist population of the area at Cetons innovative drive in educational areas play a role. More important were the continued attempts to marginalize Calvinist councils. Public primary education C. Bijkerk, a teacher in Oudshoorn and later comrade of Ceton in the SDAP, campaigned publicly against this in the local magazine The RhineHerald,where he passing the appalling social conditions of the workers denounced. The result was a fierce smear campaign against public education and is working 'socialists'. Ceton will smear with growing dislike watching beaten but uttered not yet, although he himself as executive secretary of the Netherland Teachers Association have campaigned for better social conditions for teachers. In his spare time he studied for the main instrument of a teacher, which he obtained in October 1898. As of June 1, 1899, he worked as a teacher in Amsterdam at school 130, the later Kastanjeplein School at the 2nd Oosterparkstraat. Until the abolition of school in August 1925, he remained there, with a short break, a popular educator works. He was transferred to the Banka School and two years later to the Kramatschool, also in the "Indian Neighborhood. Ceton was a very popular teacher and his students, but also their parents, carrying him on hands. Like many Social Democrats, he did not feel for the position of headmaster.

At the time of his departure to Amsterdam in 1899 Ceton had already broken with the reformed faith. He was a socialist and joined the SDAP. In October 1900 he became secretary of Workers Choose Vereeniging Amsterdam III in 1901 and treasurer of the Amsterdam Directors Association. From September 1899 to January 1906 he was secretary of the Board of the Social Democratic Teachers Association (SDOV), from 1901 to 1905 and from 1907 to 1908, moreover, the editor of The People'sTeacher,the institution of the SDOV. Organization and leaf were lifted in December 1908 due to lack of members and subscribers. Ceton appeared in the party a brilliant organizer and delivered over by him, D. Wijnkoops andSR Mirandathe developedsystem of electoral culture "an important contribution to the electoral victories of the SDAP in Raadsen elections until 1909. His contribution to this was so decisive that the party to reward him in 1905 a book thought to bestow. However, the party was canceled because Ceton any form of remuneration resolutely refused to do. Around 1900 Ceton had come into contact with Wijnkoops. Although she barely developed personal friendships, they were political comrades for decades. Cetons marriage in 1911 with Emma Hess, the former wife of Wijnkoops, did their relationship any good. There was a coldness, which, however, rarely extended to the political sphere. Their pull together in politics began at the turn of the century from disagreements within the SDAP on the direction of social democracy. Follow Across the moderate, "reformist" movement formed a majority is a "Marxist" minority, which Ceton would belong. In 1902 he took a stand against PJ Troelstra's support for state funding of Christian primary school and wrote in The New Time a scathing article against it. On the SDAP Congress Groningen in the same year he heard the opposing leftist minority. From that moment together with Wijnkoops and other radical Marxists he would fight the official party heading into an unprecedented radicalism. Their main power base was the Amsterdam III, Section the largest division of the party and Troelstra's constituency for the House. Wijnkoops there was for many years chairman of Ceton as a secretary at his side. As the party struggle intensified, the duo secured a moderate supporters of radical Marxists in the department. From the beginning this group, stood together with allies in other departments, ambivalent about the broader Marxist"New Age-group 'andmade ​​himself finally loose. As evidence of such failure founded the group around Wijnkoops Ceton and in 1907 the opposition weekly newspaper The Tribune.Ceton became editor of the magazine with Wijnkoops and W. ofRavesteyn.He wrote numerous articles and turmoil raised by the ruthless criticizing party and party leadership course. With the elections of 1909 in view of the parliamentary party finally stepped in and did the extraordinary congress of Deventer force the editors of the magazine for the suggested choice and then after refusal to lift the blade expelled. (February 1909) A month later, the establishment of the Social Democratic Party (SDP), prepared by a committee of nine including Ceton. Attempts on the part of the Second International heal the breach came to nothing, partly due to the fierce resistance of Ceton against compromises with the old adversaries.

Ceton was a member of the party executive of the SDP, since December 1910 as secretary-treasurer. He was editor of Tribune (until April 1916, then fixed employee) and made ​​from 1916 records. With the tricks he knew to keep. The blade on the bone Ceton was in 1919 co-founded the Communist Teachers Association and editor of its organ CommunistTeacher,which existed from 1919 until probably late 1923. He kandi bother some times for the States and parliamentary elections in 1919 and became the Communist Party of the Netherlands (CPN), since 1918 the continuation of the SDP, elected member of the Provincial Council of North Holland. He held strong speeches in defense of the interests of the workers and for the benefit of public education. In 1923 he was re-elected as a Member, but the appointment was canceled because Cetons credentials arrived late on the Provincial Registry. In February 1921 Ceton requested a study to be able to make it to Soviet Russia to do the work unit school. Study the alderman of education In this experimental system, explained the teaching of various social work forms the basis for education and scientific training, and the school also includes all forms of education, from kindergarten to college, should include. Ceton also wanted to attend the meetings of the Red Box-International and Comintern. However, Mayor and Aldermen refused to grant permission even after the city council there had voted with. Ceton then ignored the ban and left in May to Soviet Russia, where hewith Brecht van den Muijzenberg-Willemse and Jan Stam visiteddifferent schools. On the Comintern congress, he was found to have a female companion than VI Lenin, who could tempt him. Much more attention Cetons trip caused a sensation in the Dutch press from left to right and led finally that he was fired as a teacher in September.the new councilor for education, Cetons political opponent WilliamHowever,Fly,ensured that Ceton was at his old school for the class again in January 1922. However, these signed to abide in the future. The 'Instruction for teachers' statement Ceton reported on his travel and study experiences in brochures and articles in the CommunistGuide. and Communist InstructorInterestingly, the emphasis on the destruction of the country by revolution and civil war, the admiration for what the Bolsheviks under these trying circumstances education performed and repeatedly expressed conviction that the work unit school now had wrong capitalism in its death phase the future. Ceton Wijnkoops faith, when he was with Van Ravesteyn and G.Burink of was disbarred.the CPN Congress in May 1926 This cancellation was the result of years of party strife suis around the union politics Wijnkoops cum and deemed too friendly attitude towards parliament and SDAP. The contradictions focused finally on the composition of the list of candidates for the elections, with the support of the Executive Committee of the Comintern to the opposition contributed to the defeat of the old party leaders. Ceton had from the outset made ​​irreconcilable to the opposition and immediately became a member of the Board of the Communist Party, founded in October 1926 Holland Central Committee (CPH-CC) as well as editor and administrator of her body,the CommunistGuide,after the CPN leadership had raised. monthly magazine of the same name at the end of 1925 Ceton was also placed on the list of candidates for the elections of 1929, a Chamber Membership Wijnkoops yielded. They confirmed the stalemate between the old and the CPN CPH-CC. She opened a rapprochement between the two parties, which led to recovery of the communist unity in June 1930. Ceton participated in consultations between CPN and CPH-CC on 20 June that the factual basis for the rise of the new in the old party, it found but would probably not agree to the abolition of the CPH-CC, which, after all, a self- genuflection meant for the previously contested as fanatical opponents. This meant that he permanently retired after the June 20th from politics without ever in writing to look back on. We therefore do not know whether and to what extent Ceton broke with Communismlove:.

Cetons farewell to politics took time for his old Butterflies. Published a first article of his hand in June 1933 the Living Natureinillustrated with beautiful, made ​​by him pictures. There were many articles to follow. Ceton made ​​for butterfly study and collection trips to the Eifel, Luxembourg and the Swiss mountains. On the Dutch butterfly and insect world, he wrote poetry articles in The Living Nature and the Entomological messages.,He became in 1932 a member of the Dutch Entomological Society, made ​​many friends among entomologists and lepidopteristen and was widely recognized as a great butterfly expert. Ceton could meritorious violin and piano and made ​​compositions, which he brought melodious accompaniment. Taking advantage of a new social law requested and received by April 1, 1936 Ceton honorable discharge as a teacher. With his wife, he moved to Alberton, where he scoured the area in search of rare butterflies. In September 1936, the couple took up residence in Wageningen, the Keijenbergscheweg close Bennekom. Ceton should have known happy years here and enjoyed the environment in the spring of 1941,inHis last in a wonderful article, The Living describedNature.In 1941 the former SDAP Councilmanducked Ben Sajet under some time with him. In the course of 1942 revealed itself in the Ceton fatal illness from which he died in early 1943 in the Johanniter Hospital in Amerongen. In The Living Nature butterfly expert and neighbor Dr wrote. J. Wilcke an obituary in which he honored Ceton as a generous, helpful and noble man his cheerfulness even in the sense of impending death managed to preserve. His wife moved after a short period of hiding in Wageningen to her oldest brother in Hilversum, where she was deported to Auschwitz and should have been killed. On May 22, 1944

Source: http://socialhistory.org/bwsa/biografie/ceton

Bruidegom: Jan Cornelis Ceton Geboorteplaats: Bodegraven Leeftijd: 36 Beroep: onderwijzer Vader bruidegom: Huijg Ceton Moeder bruidegom: Maria Sterk Bruid: Emma Josephine Hess Geboorteplaats: Amsterdam Leeftijd: 27 Beroep: boekhoudster Vader bruid: Joseph Hess Moeder bruid: Helena Heumann Gebeurtenis: Huwelijk Datum: woensdag 19 juli 1911 Gebeurtenisplaats: Amsterdam Gescheiden van David Wijnkoop.

view all

Jan Cornelis Ceton's Timeline

1875
May 13, 1875
Bodegraven, Zuid-Holland, Netherlands
1911
July 19, 1911
Age 36
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
1943
January 21, 1943
Age 67
Amerongen, Utrecht, Netherlands