Jan Hendrik van Borssum Buisman (1919 - 2012)

‹ Back to van Borssum Buisman surname

View Jan Hendrik van Borssum Buisman's complete profile:

  • See if you are related to Jan Hendrik van Borssum Buisman
  • Request to view Jan Hendrik van Borssum Buisman's family tree

Share

Related Projects

Birthdate:
Birthplace: Haarlem, Haarlem, North Holland, The Netherlands
Death: Died in Haarlem, Haarlem, North Holland, The Netherlands
Managed by: Anne-Marie Healy-Kalishoek (C)
Last Updated:
view all

Immediate Family

About Jan Hendrik van Borssum Buisman

Jan Hendrik van Borssum Buisman (Haarlem, 19 maart 1919 – aldaar, 23 februari 2012) was Nederlands kunstschilder en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij is de jongere broer van Garrelt van Borssum Buisman.

Jeugd

Jan werd geboren in het Teylers Fundatiehuis aan de Damstraat in Haarlem, in het voormalige huis van Pieter Teyler van der Hulst. Jans vader, Hendrik van Borssum Buisman (1873-1951), was kunstschilder en sinds 1913 conservator van het Teylers Museum. Jans moeder behoorde tot de Waalse kerk, zijn vader tot de Remonstrantse kerk waar diens vader dominee was. De oudere zuster van Jan en Garrelt studeerde theologie en trouwde met een dominee, die ook de zoon van een kunstschilder was.

Jan kwam dus op jonge leeftijd met kunst en religie in aanraking. Hij was kleurenblind, net als Garrelt, en deed de Hogereburgerschool. net als Garrelt. Verder waren ze heel verschillend. Jan was een dromerig type, filosofeerde graag en werd kunsternaar. Garrelt werd beroepsmilitair.

Jans moeder werd ziek en moest vaak kuren in Duitsland. Jan en Garrelt logeerden dan in Mannheim bij haar broer, die daar voor een Nederlands bedrijf werkte. Zo zagen de broers de opkomst van het nazisme.

Oorlogsjaren

Van Borssum Buisman studeerde sinds 1939 architectuur in Delft toen de oorlog uitbrak. Het eerste jaar woonde hij op de Markt, dus ook tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940|Meidagen. Vanuit zijn kamer zag hij dat een Nederlandse Fokker D XXI werd neerheschoten en dat de piloot er uit sprong. Dit bleek Jan Linzel te zijn. Hij realiseerde zich dat de oorlog was uitgebroken en ging helpen op een EHBO-post bij Delft. Hij hoefde niet in dienst vanwege broederdienst. Garrelt was inmiddels beroepsmilitair en gelegerd op de Grebbeberg. Na enkele dagen hoorde hij dat Garrelt die gevechten had overleefd.

Na het eerste studiejaar verhuisde Jan met zijn jaarclub naar de Oude Delft 12. Veel studenten gingen in het Studentenverzet (Tweede Wereldoorlog)|verzet. Hij miste de Delftse studentenstaking omdat hij toen in Haarlem was. Daarna werden de universiteiten door de Duitsers gesloten. Er zijn veel contacten tussen studenten van verschillende universiteiten, om dat te coördineren werd de Raad van Negen (studenten)|Raad van Negen ingesteld.

Zwitserland

In de zomer van 1941 werd Van Borssum Buisman gearresteerd, omdat hij in de tram as had laten vallen op het uniform van een Duitser. Hij zat een week in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel). Dit voorval en de manier waarop de Duitsers hem daar behandelden droegen bij tot het besluit Nederland te verlaten. Als reisgezel vroeg hij studievriend Jan Postma mee te gaan. Ze vertrokken op 23 maart 1942 en via bezet België en Frankrijk reisden zij naar Zwitserland, waar ze negen dagen later aankwamen. Een boerin bracht de Zwitserse politie op de hoogte van hun aanwezigheid waarna ze gearresteerd werden. Een week lang verbleven ze in een kasteel in Neuchâtel (stad)|Neuchâtel, dat als gevangenis werd gebruikt. Na die week werden ze voor verhoor overgebracht naar Bern, en vandaar naar Biel (stad)|Biel. Weer twee weken later werden ze op de trein gezet naar een Zwitsers interneringskamp. Onderweg ontmoetten ze onder meer Trix Terwindt. Na drie weken werden ze overgebracht naar een nieuw kamp in Cossonay (district)|Cossonay, speciaal opgericht voor Nederlandse vluchtelingen en Engelandvaarders. Max Tailleur kwam daar ook terecht. In dit kamp ontmoette Van Borssum Buisman dominee Willem Visser 't Hooft|Visser 't Hooft, toen algemeen secretaris van de Raad van Kerken die in Genève werd opgericht. Hij kwam ook uit Haarlem. De dominee was in juni 1942 in Engeland geweest en had de opdracht gekregen van Wilhelmina der Nederlanden|koningin Wilhelmina en minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy|Gerbrandy een inlichtingendienst op te zetten om contact mogelijk te maken tussen bezet Nederland en de regering in Londen. Deze dienst werd al gauw de Zwitserse Weg genoemd. De dominee regelde dat Jan vBB en Jan Postma met hem naar Genève konden vertrekken. Ze werden ingekwartierd bij meneer Gagnebin, directeur van het conservatorium in Genève, waar ze ook Joop Bartels aantroffen. Bartels was de rechter hand en vervanger van de dominee.

Een andere medewerker van de dominee was Eise Eisma. Hij was chemicus en had bedacht hoe hij fotonegatieven kon strippen, dwz de celluloid van de negatieven af te halen waarna de negatieven heel dun en oprolbaar werden en zo veel beter verstopt konden worden. Van Borssum Buisman moest Eisma gaan helpen. Maar het duurde te lang om microfilmen verstopt in boeken te verzenden, hetgeen tot dan via Hebe Charlotte Kohlbrugge, hoogleraar in Utrecht gebeurde. Er moest een snellere manier opgezet worden, met koeriers. Van Borssum Buisman werd op 24 december terug naar Nederland gestuurd met een Frans persoonsbewijs op naam van Frederic Moët. Op de terugweg gebruikte hij de Van Niftrik-route om de grens te passeren en meldde zich bij zijn studievriend Hein Louwerse, die later over zee naar Engeland ging, maar op dat moment in Hilversum woonde. Van daaruit kon hij allerlei inlichtingen verzamelen onder meer bij Jan Herman van Roijen, de latere diplomaat, bij Louis Bosch van Rosenthal en bij Hebe Kohlbrugge. Via het Ministerie van Binnenlandse Zaken kreeg plattegronden mee die door Groep Kees gemaakt waren voor de militaire inlichtingendienst. Ook kreeg hij enkele microfilm mee, die hij in een vulpotlood verstopte. Tijdens zijn verblijf in Nederland heette hij Sleewijk. Via de Van Niftrik-route kwam hij België weer in. Bij het oversteken van de laatste grens werd hij door Zwitserse grenswachten aangehouden. Na een telefoontje met de Zwitserse geheime dienst mocht hij doorreizen. Hij was een maand onderweg geweest.

Terug in Zwitserland werd Van Borssum Buisman officieel geheim agent, zodat hij onder Bureau Inlichtingen viel. Daardoor kreeg hij onderdak, eten, officiële verblijfsvergunning en een financiële toelage, waarmee hij schilderspullen kocht. Ook schreef hij zich in bij de kunstacademie, een prettige bezigheid en een goede dekmantel voor zijn activiteiten.

Omdat de reisomstandigheden steeds veranderden, werd van de Belgische tot de Zwitserse grens een soort estafette-route opgezet door Jean Weidner, die al een goedlopende ontsnappingsroute had opgezet voor vluchtelingen en Engelandvaarders. Iedere koerier zou dan maar een deel van de route hoeven af te leggen, en dus altijd op bekend terrein zijn. De koeriers kregen ook inlichtingen mee die voor Nederland bestemd waren

Eenmaal terug in Genève bleef Van Borssum Buisman daar en hielp Eisma. Hij werd officieel geheim agent, waardoor hij onderdak, eten en een toelage kreeg. Hiervoor kocht hij schilderspullen. Ook schreef hij zich in bij de Kunstacademie, hetgeen een goede dekmantel was voor zijn aanwezigheid.

Een jaar na aankomst in Genève werd hem de keuze voorgelegd om eventueel met Jan Postma alsnog naar Engeland te gaan. Postma vertrok en volgde in de Verenigde Staten tot officier bij de mariniers; Van Borssum Buisman bleef in Genève.

Conflict

Steeds vaker kwamen ook militaire inlichtingen via de Zwitserse Weg naar Genève. Vanuit Bern werd daarvoor de Zwitserse Weg B opgericht door de Ordedienst in Nederland en generaal Van Tricht van de ambassade in Bern. Hiervoor werden dezelfde koeriers gebruikt als voor de gewone Zwitserse Weg, en zelfs dezelfde fotograaf in Amsterdam. Dit schepte verwarring en het was te riskant.

In 1944 ontdekte Van Borssum Buisman, terwijl hij een geheim rapport in de donkere kamer ontwikkelde, toevallig dat de Ordedienst hun activiteiten had bespioneerd. De OD had een militaire achtergrond, en was niet erg gediend van burgerinitiatief. Garrelt was op 22 juni 1943 boven Nederland gedropt. Van Joop Bartels had Garrelt begrepen dat de dominee in Genève de inlichtingenstroom censureerde, en Garrelt bleek te hebbem besloten de zaak te bespioneren, niet wetend dat broer Jan ook in Genève zat.

Garrelt werd op 5 februari in Amsterdam was opgepakt, de dag voordat hij weer naar Engeland zou vertrekken. Hij werd herkend aan zijn snor. Na ruim 100 uren verhoor kwam hij in een cel bij Siewert de Koe en Chris Tonnet. Na de executie van Siewert de Koe werden Garrelt en Tonnet naar Duitsland gebracht. Onderweg sprongen zij uit de rijdende trein. Garrelt moest naar een ziekenhuis en Tonnet ging alleen verder.

In novemver 1944 werd de Zwitserse Weg opgeheven. In december sloot Van Borssum Buisman zich als oorlogsvrijwilliger aan bij de geallieerde legers om Nederland te bevrijden. Hij werd bij Sas van Gent ingelijfd bij het 14de regiment infanterie waaermee hij naar Zierikzee en Brouwershaven trok. Tijdens zijn eerste verlof ging hij naar Amsterdam, waar hij bij het hoofdkwartier van de OD Garrelt ontmoette! Op een motorfiets bezochten ze samen hun vader en zuster. Het was eind mei 1945.

Na de oorlog

Jan van Borssum Buisman werd overgeplaatst naar het Ministerie van Defensie. Later werd hij ingedeeld bij de stafcompgnie van Bernhard van Lippe-Biesterfeld|prins Bernhard. Op 9 mei 1946 werd hij eervol ontslagen.

Hij werd conservator van het Teylers Museum. Als beeldhouwer ging hij naar de Académie des Beaux-Arts in Parijs. Hij heeft onder meer met zijn vader in het Frans Hals Museum geëxposeerd. Zijn vader overleed in 1951 en werd als conservator opgevolgd door professor Van Regteren Altena. Deze overleed in 1973, waarna Jan van Borssum Buisman hem opvolgde.

Externe links

view all

Jan van Borssum Buisman's Timeline

1919
March 19, 1919
Haarlem, Haarlem, North Holland, The Netherlands
2012
February 23, 2012
Age 92
Haarlem, Haarlem, North Holland, The Netherlands