Hendrik Josephus Maria Wiegersma

Is your surname Wiegersma?

Research the Wiegersma family

Hendrik Josephus Maria Wiegersma's Geni Profile

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Hendrik Josephus Maria Wiegersma

Birthdate:
Birthplace: Lith, North Brabant, Netherlands
Death: April 05, 1969 (77)
Deurne, Deurne, Noord-Brabant, Netherlands
Immediate Family:

Son of Jakob Wiegersma and Elisabeth Josephina Maria Blancke
Husband of Petronella Johanna Antonia M. Daniels
Father of Jaap Wiegersma; Pieter Wiegersma; Wieger Wiegersma; Friso Wiegersma and Private
Brother of Henriette Josepha Maria Wiegersma; Louise Josepha Maria Wiegersma; Jacoba Josepha Maria Wiegersma; Elisabeth Josephine Maria Wiegersma; Maria Jacoba Bernardina Wiegersma and 3 others

Managed by: Private User
Last Updated:

About Hendrik Josephus Maria Wiegersma

Hendrikus Josephus Maria (Hendrik) Wiegersma (Lith, 7 oktober 1891 - Deurne, 5 april 1969) was een Nederlands arts, tekenaar, boekbandontwerper, kunstschilder en schrijver die actief was in de Nederlandse gemeente Deurne. Zijn bijnaam was De Wieger.

Wiegersma werd geboren als zoon van de huisarts Jakob Wiegersma, en Elisabeth Blancke. Na zijn studie tot arts trouwde hij op 13 juni 1917 te Nijmegen met Petronella Daniëls. In dat jaar vestigde hij zich in Deurne. Na kort in de kom van het dorp te hebben gewoond, vertrok hij met zijn echtgenote naar een vrijstaand huis aan de Stationsstraat. In 1922 werd zijn landhuis De Wieger gebouwd, onder architectuur van Cor Roffelsen. Dit huis werd gebouwd aan de tegenwoordige Oude Liesselseweg aan de rand van het oude akkercomplex "de Wolfsberg". Het huis stond model voor het lied Het Dorp, dat Hendriks zoon Friso Wiegersma schreef voor Wim Sonneveld.

Het echtpaar Wiegersma kreeg vijf zonen: Jaap, Pieter, Wieger, Friso en Sjoerd.

Op de katholieke begraafplaats in het centrum van Lith ligt nog het graf van Wiegersma's stiefmoeder, en aan de Lithsedijk aldaar staat het zeventiende-eeuwse huis waar Hendrik werd geboren. Hij stierf in 1969 en werd begraven bij zijn vrouw Petronella, zoon Wieger en kleinzoon Wieger op de particuliere begraafplaats op 't Ven in Vlierden. Hij had die begraafplaats in 1942 laten oprichten, waarna de graven van zijn zoon Wieger (verongelukt in 1941) en moeder (overleden te Lith in 1903) naar Vlierden werden overgebracht. Zowel zijn woonhuis-praktijk-atelier als zijn begraafplaats staan op de Rijksmonumentenlijst. Het huis aan de Stationsstraat waar hij van 1917 tot 1922 woonde, draagt een tekstbordje met onder meer Wiegersma's naam erop. De straat achter het huis De Wieger, aangelegd in de voormalige tuin van De Wieger, draagt de naam Wiegershof. Het voormalige woonhuis van Wiegersma is tegenwoordig een museum.

Na een kennismaking begin jaren twintig met Moissey Kogan, Ossip Zadkine en Otto van Rees (de laatste bewoonde destijds het Klein Kasteel te Deurne) begonnen de artistieke talenten van Wiegersma te ontluiken. Tegenwoordig wordt hij beschouwd als de grootste kunstenaar die Deurne rijk is geweest, en een van de belangrijkste van Peelland. Naast zijn bezigheden als kunstenaar bereikte hij veel als arts. Zo daalde de kindersterfte in Deurne sterk.

In 1928 kreeg hij al een eerste grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam. De Wieger in Deurne wordt de plek waar kunstenaars elkaar ontmoeten. Otto van Rees, maar ook Ossip Zadkine, Joep Nicolas, Piet Wiegman, Matthieu Wiegman, Henri Jonas, Constant Permeke, Jozef Cantré en Toon Kelder komen daar regelmatig langs. Door zijn connectie met Otto van Rees raakte Wiegersma ook betrokken bij de vormgeving van het tijdschrift De Gemeenschap waarvoor hij tien omslagen zou maken. Daarnaast ontwierp hij banden voor boeken van onder meer Hubert Janssen en Antoon Coolen . In 1930 brak Wiegersma met Joep Nicolas wegens een vermeende affaire die Nicolas met zijn vrouw gehad zou hebben.

Wiegersma zou evolueren als een van de belangrijkste kunstenaars van het Nederlands expressionisme. Zijn werk vormt de vaste collectie van Museum de Wieger te Deurne.

Wiegersma staat bekend om zijn bijzondere manier van omgaan met mensen. Iedereen was voor hem gelijk, keuterboertje of de notaris. Tegen de kerk ontwikkelde hij een weerzin in de loop van zijn leven; de pastoor stond bovenaan de lijst met mensen die hij niet wenste te behandelen.

Hendriks vader Jacob Wiegersma stond model voor de dorpsdokter in (Dorp aan de rivier, 1934) van Antoon Coolen en Hendrik zelf voor de dokter in Toon Kortooms (Help de dokter verzuipt!, 1968). Het boek Dorp aan de rivier is in 1958 verfilmd door Fons Rademakers. Ook Help de dokter verzuipt is verfilmd, namelijk in 1974. Deze laatste film veroorzaakte destijds nogal wat ophef, omdat actrice Willeke van Ammelrooy - die een zigeunerin speelt - naakt te zien is in de film.

wikipedia bovenstaande tekst

levensverhaal onderstaand tekst

Henk was twaalf jaar en hoewel vader een ongetrouwde vrouw in huis haalde om het huishouden te doen en voor de kinderen te zorgen, moest hij toch intern in een kostschool. Bij het Canisius college in Nijmegen liep hij echter weg en ook in Rolduc, bij Kerkrade in Limburg kon hij niet aarden. Hij had een eigen wil en liet zich niet vormen; aan de andere kant had hij ook een visie en doorzettingsvermogen waardoor hij zich niet van zijn gekozen toekomst liet afhouden. Als extraneus deed hij uiteindelijk toch eindexamen HBS. In september 1910 vertrok Henk naar Utrecht om daar medicijnen te studeren. In zijn vrije tijd roeide hij ook bij Triton, maar later zag Friso zijn vader zelden iets sportiefs meer zien doen, tenzij het rondscheuren in auto's als zodanig betiteld kon worden.

Henk bleef Nel, het vriendinnetje uit zijn jeugd, trouw en op 17 februari 1914 verloofden ze zich, maar het huwelijk moest wachten tot het artsenexamen dat hij in januari 1917 aflegde. Die tijd was vol romantiek, hetgeen Henk "een onstilbaar verlangen" noemde. Zo had hij zijn vader toestemming gevraagd om met Nel een wekenlange zeiltocht te mogen maken over de Maas. Zijn vader nam uiteraard aan dat er van alles zou gebeuren, maar zoon Henk kon dit fier ontkennen. "De liefde, de caritas, het verlangen, bevrijd van zinnelijk begeren, deze vorm van extase, die zichzelve verkwist, schijnt dood, weggevaagd door de amor, de sexus, dierlijke zucht tot zelfbehoud."

Henk vertrok in maart 1917 naar Deurne en oefende zijn praktijk aan de Markt uit. Nadat hij op 13 juni met zijn Nel trouwde in Hilversum, alwaar zijn schoonfamilie inmiddels was gaan wonen, gingen ze in de Spoorstraat wonen, waar hij de oude winkel van bakker Bertram overnam. Deurne, het dorp van Donar, was niet groot en bestond vooral uit boerderijen, een bekende omgeving voor Henk. Hij beschreef Deurne ooit als een heel oud dorp met lage huizen en kromme mensen, lieve boeren en prachtige boerinnen met oeroude eigenschappen van een oud ras. In het dorp was een enorme kindersterfte en hij was er trots op dat hij in tien jaar tijd dat getal met de helft omlaag bracht. Alles was nog erg ouderwets, zo werden de kinderen nog in windselen gelegd. Toen Nel haar eerste kind lekker buiten in de box legde, werd ze door de goegemeente bijna gestenigd.

Vaak waren de mensen ook te arm om de dokter te betalen. Dan werden ze gratis behandeld, of Henk kreeg een ham of een oud meubelstuk. Zo waren er veel zeventiende-eeuwse meubelen naar het arme zuiden gegaan, omdat ze in het westen uit de mode waren geraakt. Henk ging aanvankelijk op zijn fiets langs de zieken, een racefiets, maar dat ging hem niet snel genoeg, zodat hij al gauw een motor aanschafte, een echte Harley Davidson. Als Nel hem dan aan hoorde komen, zette ze de voor- en achterdeur open, zodat hij meteen door kon rijden naar de achtertuin.

Maar ook de motor was geen lang leven beschoren, Henk was een der eersten in het dorp met een auto, in 1919 kocht hij een Oakland en later een Ford. Al zijn auto's liet hij, als ware het een soort trademark, wit spuiten. Daarmee scheurde hij rond in het dorp. In 1923 kreeg hij nog een behoorlijk ongeluk, waarbij de boeren hem uit de sloot moesten trekken. Help, de dokter verzuipt. En Friso herinnerde zich dat hij een keer mee reed in een open auto, waarbij hij er op een hobbelige weg zo uitgeslingerd werd. Hij zag de stofwolk in de verte verdwijnen, maar die kwam na verloop van tijd weer aangevlogen en vader kwakte zijn zoon weer in de auto; luid lachend terwijl zijn zoon wel dood had kunnen zijn.

Het gezin had zich inmiddels uitgebreid. In 1918 werd Jacob Hendrik (Jaap) geboren en in 1920 Pieter. Het werd tijd om uit te zien naar een groter huis en omdat Henk niet enkel qua gedrag en auto wilde opvallen, had hij een opzienbarend plan. Redelijk goedkoop (een cent per vierkante meter) kon hij een stuk land kopen aan de zuidkant van Deurne, daar waar vroeger het Galgenveld was geweest. Een enkele keer vonden de kinderen later nog een schedeltje, maar voor een zoon van de dokter had zoiets weinig griezelwaarde. Hij kende een architect in Helmond, die een fraai huis had gebouwd waar de schrijver Antoon Coolen later ging wonen. Deze Cor Roffelsen kreeg de opdracht om aan de Liesselseweg het grote huis te bouwen, dat de naam De Wieger kreeg, vernoemd naar de bijnaam die Henk toen al in het dorp had.

In 1922 legde de oudste zoon Jaap de eerste steen neer en de Wieger werd gebouwd, een prachtig huis dat meer op een middeleeuws stadhuisje leek met zijn trapgevels, luiken en glas-in-lood-ramen. Naast de voordeur was een ook een aparte ingang voor de praktijk. Henk plantte zelf de bomen in de tuin en langs het tuinpad en noemde die "De Wiegershof". Het waren bomen met vreemde namen als Liriodendrons en Catalpa's. Met negentiende-eeuwse kruiken werd de nieuwe aanplant verzorgd door de oudste zonen terwijl Henk vertelde over de het land waar deze bomen vandaan kwamen. Ze groeiden voorspoedig op en omzoomden de tuin waardoor deze nog beslotener werd. Deze tuin werd afgesloten door een hoge witte poort, die de kinderen, uitgebreid met de in 1923 geboren Wieger, nooit zonder begeleiding uit mochten. Als de jonge keizer in China hadden ze hun eigen wereld en konden ze enkel glimpen opvatten van de lieden buiten.

Henk had inmiddels de grootste praktijk van Brabant gekregen. Speciaal om de toestromende cliënten te gerieven werd zijn wachtkamer rechtstreeks op een speciale spoorlijn ('het dokterslijntje') met hoge reizigersdichtheid aangesloten. Iedere morgen kwamen er per trein tweehonderd cliënten aan, die vanaf het station te voet naar de praktijk liepen. De politie liet ze aan de poort een voor een naar binnen. Pieter vergeleek de situatie met Lourdes. Volgens Friso had zijn vader zijn succes vooral te danken aan het feit dat hij de mensen goed op hun gemak kon stellen. Friso: "Hij had een klinische blik. Zodra hij iemand in de ogen keek, kreeg hij een subconscious gevoel van: oh die zou het wel eens aan zijn leven kunnen hebben." Soms gebruikte hij echter ook ongebruikelijke geneeswijzen, waardoor hij al snel de reputatie van een wonderdokter kreeg. Friso: "Mijn vader was een intelligente, vrij barokke man. Nu zou je dat excentriek noemen. Dat hoorde natuurlijk bij een kunstenaar en bij dat artistieke milieu, maar hij was het al voor die tijd. Hij had ook een charismatische persoonlijkheid, hetgeen uiteraard heel belangrijk was voor een dokter. Mensen hadden vertrouwen in hem." Dankzij het excentrieke gedrag kwamen er veel verhalen in de wereld. Friso: "De helft is niet waar, die verhalen heeft hij ook zelf de wereld ingestuurd." Zo werd later beschreven dat hij een meisje in een kuil duwde zodat ze weer ging spreken. Ook zou hij bij een pummel die over buikpijn klaagde, gedreigd hebben er een gat bij te schieten. En nadat een meisje van zeventien zwanger bleek te zijn, zou hij de dader, een smeerlap, een briefje op de rug met "Ik ben de bekwaamste kinderverkrachter van de Peel'. Deze ging met een stiletto op de dokter af, maar deze stond al klaar met de dubbelloopjachtgeweer... Friso: "Ik geloof niet dat hij zijn patiënten ooit aan zulke bizarre experimenten bloot stelde, maar hij had wel boeken over acupunctuur liggen." Hetgeen in die tijd absoluut niet gebruikelijk was.

Als dokter leerde Henk de notabelen kennen, waaronder Otto van Rees, een schilder die toen vrij bekend was en vooral het kubisme aanhing. Van Rees woonde nog maar kort op het Klein Kasteel, dat vroeger de residentie van de Heren van Deurne was, om te bekomen van de schrik van een ernstig treinongeluk in de buurt van Parijs waardoor zijn dochtertje Aditya was gestorven. Zoals bij zovelen kunstenaars was er nauwelijks geld en Van Rees legde meteen een moestuin aan. Toen zijn zoon Jean-Luc ziek werd, toog Henk naar het Klein kasteel. Hij maakte de zoon beter en raakte bevriend met Otto en diens beroemde vrienden Moissi Kogan, Jacques Maritain en Ossip Zadkine.

Over het moment dat de schilder uit de dokter werd geboren, gaan verschillende verhalen. Friso herinnert zich dat vader altijd vertelde dat hij krabbeltjes maakte voor de kinderen waarna Van Rees en Kogan zijn aanleg ontdekten. Friso: "Maar hij was natuurlijk ook onder de indruk gekomen van het artistieke van die mensen in zijn buurt, en heeft van gewoon gedacht: dat kan ik ook. Zoiets." Zoon Pieter zei in een interview dat zijn vader een tekening maakte van de zieke zoon en dat Kogan meteen zei dat hij goed kon tekenen en die rottige praktijk moest opgeven. Henk zelf zegt in een interview dat hij de tekeningen van Kogan en Van Rees zag en prompt uitriep dat hij dat verdikkeme ook kon. Ze gaven hem een potlood en hij maakte een tekening van zijn vrouw Nel, die erbij zat. "Een zielomtrek van mijn geliefde," noemde hij het.

Hoe dan ook, Van Rees zei dat Henk talent had en dat idee sprak hem wel aan. Hij kocht verf en linnen en ging aan de slag. Het was eind 1924. "Eerst is hij zijn huis gaan opverven, toen liet hij een groot atelier bouwen en toen pakte hij het meteen groot aan. In het begin wilde hij heel graag, maar ging het nog niet zo goed. Dat werk werd erg expressionistisch. Technisch kon hij er natuurlijk niets van," zei Friso later, "Maar hij zette door en heeft het zich heel snel eigen gemaakt. Het hele huis zat onder de olieverf."

Vader Henk was inderdaad vrij fanatiek, hij gebruikte elke vrije minuut om te schilderen; als iemand zich omkleedde, deed hij een paar streken, soms gebruikte hij iemand als model en een patiënt kon na een consult ook onder de vlekken naar buiten komen. Ook de familie ontkomt niet aan zijn schilderlust, in 1929 schildert hij Wieger, Pieter en zijn vader. Drie jaar later volgde een portret van de zevenjarige Friso, een engelachtig jongetje met hele blonde krullen. Zie verder de tekst > http://vriesdemark.schrijft.nl/wiegersma/hendrik2.htm

Heemkundekring Deurne

view all

Hendrik Josephus Maria Wiegersma's Timeline

1891
October 7, 1891
Lith, North Brabant, Netherlands
1918
June 20, 1918
Age 26
Deurne, Deurne, Noord-Brabant, Netherlands
1920
July 2, 1920
Age 28
Deurne, Noord-Brabant, Netherlands
1923
May 25, 1923
Age 31
Deurne, Deurne, Noord-Brabant, Netherlands
1925
October 14, 1925
Age 34
Deurne, Deurne, Noord-Brabant, Netherlands
1969
April 5, 1969
Age 77
Deurne, Deurne, Noord-Brabant, Netherlands