Lambert Everts Boerboom

Is your surname Boerboom?

Research the Boerboom family

Lambert Everts Boerboom's Geni Profile

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Share

Lambert Everts Boerboom

Birthdate:
Birthplace: Didam, Gelderland, Netherlands
Death: Died in Leeuwarden, Friesland, Netherlands
Place of Burial: Leeuwarden, Friesland, Netherlands
Immediate Family:

Son of Evert (Everhardus) Boerboom (Buirboems) and Sara Boerboom-van Raei
Husband of Nancke Jans
Father of Jan Boerboom; Abraham Boerboom; Jacob Boerboom; Sara van der Weide-Boerboom; Alegonda Stoppendal-Boerboom and 5 others
Brother of Henricus Everts Boerboom; Jacobus Everts Boerboom; Aleida (Aeltjen) Everts Wolffs-Boerboom and Theodorus Boerboom (Buirboems)
Half brother of Stijnneke Span-Bourboom

Occupation: wijnkoper, herbergier
Managed by: Jan Johannes (Jan) Faber
Last Updated:

About Lambert Everts Boerboom

Lambert Everts Boerboom, herbergier van "Het Vergulde Hooft" (1633-1693)

Nadat Lambert zijn schoonzuster bijna een jaar lang was bijgesprongen in de wijnhandel op de Nieuwestad en hem in deze periode waarschijnlijk duidelijk was geworden dat hiermee een dik belegde boterham viel te verdienen, verwierf hij voor zich zelf op 6 december 1658 ook het recht van wijntap. Twee maanden daarna - op 12 februari 1659 - trad hij voor het Leeuwarder Nedergerecht in het huwelijk met Nancke Jans, afkomstig uit het Oostfriese Aurich. Het zou een kinderrijk huwelijk worden. Tenminste 10 kinderen zouden uit deze echtverbintenis worden geboren, te weten: Jan, Abraham, Jacob, Sara, Egbert, Alegonda, Christina, Hendrik, Gerrit en Evert.


Op 19 december 1670 blijkt uit een getuigenverklaring van Lambert en Nancke tegen Werp Peima, die hen zou hebben mishandeld, dat zij toen reeds de herberg "'t Gulden Hoofft" (Nieuwestad 152) exploiteerden. Ook werden door de Overlieden van het Leeuwarder Grootschippersgilde wel vergaderingen belegd ten huize van Lambert Boerboom. Op 14 januari 1685 bijvoorbeeld werd in het 'Vergulde Hooft' een vergadering belegd van de bijzitters van het Grootschippersgilde met doctor Renici en notaris Stonebrinck "wegens de zaak van Wijbe Ruierts", waarbij voor een bedrag van vijf caroligulden en achttien stuivers aan consumpties werden genuttigd. Zo ook op 24 januari van dat jaar toen in het bijzijn van de oud-olderman en Douwe Sijckes wederom een "comprijssije" werd gehouden inzake de "kwestie van doctor Bolten en Wijbe Ruijerdts" en daarbij voor een bedrag van één caroligulden en 17 stuivers de dorstige kelen werden gesmeerd.


Dit huis "nevens de Waag" zou volgens de stadsarchivarius Wopke Eekhoff in 1846 al sedert vele jaren geen logement meer zijn geweest, doch eertijds als één der voornaamste logementen in Leeuwarden bekend hebben gestaan. Op 18 september 1695 zou prinses Amalia met haar zoon prins Johan Willem Friso en overige kinderen hier door Gedeputeerde Staten een lichte avondmaaltijd zijn aangeboden terwijl zij het afsteken van vuurwerk, het branden van piktonnen en andere vreugdebedrijven aanschouwden. Dit ter gelegenheid van de dankdag naar aanleiding van de inneming van de stad en het kasteel van Namen. Of Nancke destijds als weduwe de herberg nog bestierde is onbekend. In 1938 viel dit voormalige logement samen met de panden 150 en 154 onder de slopershamer. Lambert en Nancke hebben dit pand nimmer in eigendom gehad, doch in 1675 werd door hen wel een pand in de onmiddelijke nabijheid hiervan aangekocht. Ten Westen van 't Vergulde Hooft lag namelijk de herberg "De Vergulde Doos", waarachter het pand moet hebben gelegen waarvan op de koop door Lambert en Nancke op 29 januari 1675 consent werd verleend. Het pand werd voor de somma van 1.501 goudgulden en 21 stuivers in eigendom overgenomen van de gezusters Dorothea en Helena van Walta, dochters van wijlen de Majoor Jhr. Sijbrant van Walta, met daarboven een bedrag van 3 goudgulden voor de "arme bos". De omschrijving van het pand luidde als volgt: "Seeckere heerlijcke huijsinge, hovinge, tuijn, schuijr, peerdestal, met de gerechtigheijt van drie uijtgangen, namentlijck een schone uitgangh voor aen de straet, met een poort en een stoepe, één achter in 't Ruijters Quartier ende één in de Mennoniten Steegh ....". De kamer die toegang gaf tot deze 'Mennoniten-' of Oude Vermaningsteeg was bij de koop inbegrepen. Lambert en Nancke hebben het huis waarschijnlijk grondig laten verbouwen dan wel geheel laten vervangen door een nieuw huis. Blijkens nog openstaande posten van eerdere jaren, vermeld in de stedelijke rekening van 1701, hadden Lambert en Nancke tot 1 mei 1693 tevens de ruimte onder de Nieuwe- of St. Jacobstoren gehuurd voor de opslag van wijnen. In 1681 werd voor de somma van 725 goudgulden en 7 stuivers een pand aan het Ruiterskwartier, achter hun woning aangekocht van Valerius van Glinstra, Gedeputeerde Staat van Friesland en Grietman van Gaasterland. Dit pand werd echter negen jaar later, zij het met de nodige bepalingen en een aanzienlijke winst, weer van de hand gedaan voor 1.700 caroligulden en 5 gouden ducaten, met daarboven te betalen één gouden ducaton. Ook de kamer in de Oude Vermaningsteeg, gelegen achter het huis aan de Nieuwestad "alwaer het Swart Sadel uijthanght", werd datzelfde jaar afgestoten voor een bedrag van 600 caroligulden. Dat Lambert en Nancke in de jaren dat het hen voor de wind ging zich zeker niet onthielden van de nodige luxe mag blijken uit een op 8 mei 1694 gehouden registratie van alle wagens en schepen die zich in de stad of jurisdictie vandien bevonden. Tegenover de waag lag namelijk een vaartuig, toebehorende aan de weduwe van wijlen Lammert Boerboom, dat werd gekwalificeerd als een speeljacht. Uit een in 1692 geregistreerde schuldbrief blijkt dat de wijnkopers Evert Boerboom en Claes van Weeren zich op 28 juni 1689 voor een bedrag van 4.000 caroligulden borg hadden gesteld voor Lambert Boerboom, terzake geleverde wijnen door de wijnkoopman Jan van der Upwich uit Amsterdam. Claes van Weeren was gehuwd met Trijntje Jans, de schoonzuster van Lambert. Ondanks de groeiende schuldenlast van Lambert in de laatste jaren van zijn leven - hij overleed kort na 5 december 1692 - blijkt uit de hypo-theekboeken niet dat hij ooit geld heeft geleend van zijn vermogende oomzegger Benno. Zo er nog sprake was van een gezonde familierelatie tussen Lambert en de kinderen van zijn broer, dan zal die dus in de eerste plaats door de borgstelling van Evert tot uitdrukking zijn gebracht. Na het overlijden van Nancke, vermoedelijk tussen 23 en 27 april 1697, bleek haar nalatenschap met zoveel schulden bezwaard, dat de vele schuldeisers poogden beslag te laten leggen op de boedel. Hangende de procedure werd op 16 juli 1697 Dr. Jacobus Eppinga, advocaat voor het Hof van Friesland, benoemd tot curator en administrator over Nancke's nalatenschap, dit op verzoek van de erfgenamen. Waarschijnlijk wilden de erven nog niet meteen overgaan tot het verlaten van de boedel en zullen zij de aanvaarding van de erfenis in beraad hebben gehouden. Bij een later accoord tussen de erfgena-men en de 'praevalerende' crediteuren werd op 16 september 1697 door het Hof van Friesland tot curator en administrator over de boedel van Nancke aangesteld de notaris Gerard Radijs, welke waarschijnlijk op verzoek van de erfgenamen belast zal zijn geweest met het vereffenen van de schulden. Op 17 januari 1698 werd een voorlopig koopcontract getekend waarbij Radijs bekent en verklaart met consent van het Hof van Friesland, volgens appointement van 19 november 1697 "na request, rescriptie en contrarescriptie verleent", bij strijkgeld verkocht en in eigendom overgedragen te hebben aan de echtelieden Wopcke Sickes Veldema en Grijtie Sipkis "seeckere heerlijcke roijale nieuwe huisinge, staende ende gelegen aent 't Merckt tegens de Waegh over binnen gemelte Steede, bestaende in drie groote benedenkamers, een voorhuis, een ruime gangh waer in een groote tinkast sijnde, twee van voorsseide camers voorsien met kostelijcke floeren, een keucken, waschkamerke, een groote wijnkelder, bierkelders, ses boven kamers soo groot als klein, een kleersouder sampt andere, voorsien met twee secreeten, put ende back, als mede een plaisante hovinge waer in verscheidene soorten van vruchtboomen ende bloemen, sampt lustprieëlen gevonden wordende, mitsgaders een stallinge voor enige paerden met een hooijsolder daerboven". De koopsom bedroeg maar liefst 6.380 caroligulden en 10 stuivers, te betalen aan de "meest gerechtigde crediteuren van Lammert Boerboom en Nancke Jans". Nog op 1 februari 1700 liet Geijske Jans, ex testamento erfgenaam van Trijntie Jans, "als één der pregnantste ende mede eerstgeregistreerde en hypothecaire creditrice van wijlen Lammert Bourboom" een arrest uitgaan aan Wopcke Veldema en diens echtgenote om de betaling van de tweede helft van de koopschat - 'rakende de helffte van wijlen Lammert Boerboom' - aan de kinderen en erfgenamen van hun vader op te schorten tot dat aan de arrestante de nog voor de helft openstaande schuld van 400 caroligulden wegens de op 18 april 1690 verschoten pennin-gen ad 800 caroligulden was voldaan. Sara en Alegonda Boerboom werden mede namens de andere kinderen en erfgenamen hierop aangesproken. Hoe groot de omvang van de schuldenlast van Lambert en Nancke tesamen wel was mag blijken uit het feit dat het totaal aan schulden (exlusief intresten) in de periode 1671-1697 een bedrag van 28.751 caroligulden en 16 stuivers bedroeg. Blijkens aantekeningen in de marge van de geregistreerde obligaties was hiervan tot juli 1697 het bedrag van 17.625 caroligulden en 6 stuivers afgelost, zodat de zuivere gezamenlijke schuldenlast de de somma van 11.126 caroligulden en 10 stuivers bedroeg.

view all 17

Lambert Everts Boerboom's Timeline

1633
1633
Didam, Gelderland, Netherlands
1659
1659
Age 26
Leeuwarden, Friesland, Netherlands
1660
1660
Age 27
Leeuwardeen, Friesland, Netherlands
1662
1662
Age 29
Leeuwarden, Friesland, Netherlands
1665
1665
Age 32
Leeuwarden, Friesland, Netherlands
1667
1667
Age 34
Leeuwarden, Friesland, Netherlands
1667
Age 34
Leeuwarden, Friesland, Netherlands