Is your surname Goslinga?

Research the Goslinga family

Records for Feye Goslinga

6,151 Records

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Share

Feye Goslinga

Birthdate:
Birthplace: Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands
Death: Died in Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands
Immediate Family:

Son of NN (Vader) Goslinga
Husband of N. Ygos Galama; N. Ygos Galama and Syds Sydsesdr (van Tjaarda) Starkenborg
Father of N.N. van Goslinga; Frouck Feyesdr Goslinga and Tjepcke Feyes van Goslinga

Managed by: Private User
Last Updated:

About Feye Goslinga

http://www.stinseninfriesland.nl/GoslingaStateHallum.htm

Deze State stond ten zuidoosten van de dorpsterp van Hallum, gemeente Ferwerdaradiel.

Wanneer de State (of stins) gebouwd is, is niet precies bekend. Tegen het einde van de 15e eeuw wordt voor het eerst over een State gesproken.  

Geschiedenis Omdat in de abtenlevens van Mariengaarde in het midden van de 12de eeuw een edelman Goslic/Godschalk in Hallum wordt genoemd, is het een oude traditie dat de Goslinga's zijn nakomelingen waren. Sibrandus Leo noemt hem Goslicus ex Goslinganis nobilibus. De kroniek van Andreas Cornelius vermeldt anno 1163 wierde het klooster Mariëngaarde in 't dorp Hallum gestigt van Fredrico, den pastoor aldaar, dog met mede hulp van die van Goslinga, terwijl de 17de-eeuwse genealogen Pibo van Albada en Josias Rispens de Goslinga's samen met de Markela's als stichters van de abdij zagen. Volgens het verhaal had Goslinck Goslinga een moord begaan en om zich van die zonde te zuiveren haalde pastoor Frederik hem over zijn hele vermogen en al zijn landerijen te gebruiken voor het stichten van het klooster Mariëngaarde. En dat was niet het enige. Pastoor Frederik wist hem zelfs te bewegen zijn vrouw en kinderen te verlaten en in dit klooster te gaan. Pastoor Frederik moet een charismatisch man geweest zijn, want hij wist ook verschillende familieleden van Goslinck dit nieuwe klooster binnen te lokken.

Cyprianus Goslinga en Jucka Offingahuizen hebben omstreeks 1230, onder Hendrik I, hertog van Brabant, de kruistocht meegemaakt tegen de "ongeloovige en afvallige Standingers".
Winsemius beschreef in 1622 eveneens een nauwe, maar problematischer, relatie tussen de abdij en de Goslinga's. Door lichtvaardigheid van een kapelaan van Mariëngaarde zouden de Goslinga's de beschikking over sekere landen het clooster ghehoorende gekregen hebben en daarbij ook oorkonden die dit bevestigden. Toen abt Tialling, de 23ste abt (1427-1462), de oogst van deze landerijen in beslag nam, ontstond er een gevecht tussen Goslinga met zijn knechten en de conversen van Mariëngaarde. Daarbij werd Goslinga gewond aan zijn arm waarin hij koudvuur (gangreen) kreeg en binnen enkele dagen stierf. Om zijn dood te wreken sloeg zijn neef Goslinck Goslinga de jonge de rentmeester en twee conversen van Mariëngaarde dood. De abten van Oldeklooster en Claerkamp wisten gelukkig ernstiger strijd te voorkomen.
De Goslinga's verschijnen in betrouwbare historische bronnen pas laat, rond 1500. Van een in de genealogische handschriften genoemde Feye Goslinga die in dezelfde generatie als "jonge Goslyck" geleefd zou hebben en getrouwd geweest zou zijn met Syds Tjaerda, ontbreekt verder bewijs. Zijn zoon Tiepke Goslinga wordt in 1505 als edelman in Ferwerderadeel en in 1511 als eigenaar van Goslinga genoemd. In 1515 werd hij door Tiaerd van Burmania gevangengenomen en in Leeuwarden opgesloten; de state werd in brand gestoken. In 1517 verkocht hij met zijn vrouw Frouck Unema een rente uit het goed Ter Gracht in Wanswerd; ook worden ze genoemd in een erfeniskwestie binnen de familie Unema. Hun zoon Ernst (I) die in 1540 als eigenaar van Goslinga wordt genoemd, stierf in 1558 door een noodlottig ongeval. Toen hij te Leeuwarden bij de Hoeksterpoort op zijn paard over de valbrug reed, raakte hij met paard en al te water en verdronk. Zijn grafzerk ligt in de kerk.
Diens zoon, Ernst II Goslinga, erfde de resten van de state, liet de trieste restanten opruimen en in 1563 de State herbouwen. Cannegieter weet te melden dat er verschillende stenen met jaartal 1563 gevonden zijn waarop het wapen Goslinga en een vrouwelijk wapen, dat eerder dat van Donia dan dat van de echtgenote van Ernst namelijk Sjouck van Cammingha zou zijn. Zijn moeder Syth van Donia stierf pas in 1571 en kan ook de state herbouwd hebben. Volgens zijn grafzerk bleef Ernst het ‘Roomse’ geloof trouw.
Na zijn dood in 1614 bleef zijn weduwe, Sjouck van Cammingha, op de state wonen, samen met haar nichtje Hylck van Cammingha. Toen die in 1615 trouwde met Schelte Scheltes van Aebinga van de Offingaburg kwam het jonge stel bij haar op Goslinga State wonen.
In 1627 vererfde de State op Ernst van Goslinga’s neef Ernst van Harinxma à Donia, zoon van zijn zuster Frouck die gehuwd was met Keimpe van Donia. Ernst trouwde met Doedt van Roorda van Genum en was lid van de Staten van Friesland. Hij woonde als volmacht van Oostergo de begrafenis bij van prins Willem Lodewijk. Na zijn dood in 1634 bleef Doedt op de state wonen en hertrouwde met Harmen van Rinssen. Zij worden vermeld op de toren¬klok van Hallum uit 1648. Haar zoon wordt nog te Hallum vermeld.
De state behoorde echter in 1670 aan Zeyno Joachim van Welvelde tot Duurseme en Vredeveld te Assen, die te Leeuwarden in tweede echt gehuwd was met Aaltje van Douma, dochter van Epo en Sjuck van Hiddema (Nieu¬we Drentsche Volksalmanak 1902). Het is niet precies duidelijk of dit nu door koop of vererving gebeurde. Een wapensteen van Zeyno en Aaltje van Douma met het jaartal 1656 staat in Huis Vredeveld te Assen. Hun zoon huwde een Burmania, die haar echtgenoot en zoon overleefde, waardoor Goslinga State aan Gerrold van Burmania kwam. Deze liet het goed in 1711 veilen door H. van de Larive en het kwam in handen van Sjuck van Burmania, zoon van Laas en gehuwd met Jeepke van Douma. Het goed bestaat uit een 'huisinge' waarin een grote zaal en vier kamers, 'soo boven als beneden', een keuken, drie kelders, een schuur, heem en een stenen poort benevens twee hovingen, een binnen en een oostwaarts buiten de gracht gelegen. De door Cannegieter gekopieerde tekening heeft kennelijk be¬trekking op deze verkoop.
Na de dood van Sjuck van Burmania woonde zijn weduwe nog tot 1736 op Goslinga, in welk jaar de drie zoons het huis erfden. Stellingwerf noemt echter in 1723 reeds zoon Tjaard van Burmania als eigenaar, maar veel onderschriften van Stellingwerf zijn niet betrouwbaar.
Na de dood van zijn twee broers was tot zijn overlijden op 8 september 1775 jhr. Duco Martena van Burmania, generaal-majoor bij de infanterie van de "Staat der Vereenigde Nederlanden", kolonel van een regiment te voet, commandeur van het hoge en lage Sas van Gendt met de onderhorige forten eigenaar van Goslinga State. Hij was een bars en kortaangebonden man die in de wandeling Jonker Doeke genoemd werd. Hij liet Goslinga State moderniseren door het afbreken van de poort, die vervangen werd door een ijzeren hek tussen hardstenen palen. Een trapgevel werd vervangen door een wolfdak en er werd een jachthondenhuis gebouwd.
Duco was gehuwd met Wilhelmina Eduarda van Burmania, die weduwe was van Gijsbert Arendsma van Idsinga. De rouwborden van haar beide echtgenoten hangen op de orgelgalerij van de Hallumer kerk. Vrouwe Van Burmania-Van Burmania leefde nog tot 1824 en testeerde met nadruk, dat de plantage van Goslinga State behouden moest worden. Het goed werd toegewezen aan haar dochter gehuwd met Thomas Francois Martin. Deze stierf twee jaar later en liet Goslinga na aan haar zoon Isaak Gijsbers Arentsma Martin. Zijn dochters lieten de plantage rooien en de state werd op afbraak verkocht in 1860, na¬dat er boelgoed gehouden was. Er kwamen 42000 oude Friese stenen af en 25 deuren en 23 vensterkozijnen. De woonkamer zou goudleren behang gehad hebben; er was een galerij met portretten. Bij het dakvenster was een kamertje beschilderd met `sterren, halve manen en andere figuren'.
We kunnen ons een goed beeld vormen van de Goslinga State door het toedoen van D. Cannegieter. Kort voor de afbraak in 1861 maakte hij van het complex 3 tekeningen. Hierbij maakte hij gebruik van een schetstekening en een plattegrond die de toenmalige eigenaar Sierk van Burmania in 1711 had laten maken door landmeter H. v.d. Larive. Ook is er een afbeelding bewaard gebleven uit 1722 van de hand van Jacob Stellingwerf.
Zoals hierboven vermeld werd de State in 1563 waarschijnlijk herbouwd. Wij zien een haakvormig gebouw zonder verdieping gevat tussen trapgevels waartegen de schoorstenen zijn gemetseld. In de gevels staan vensters waarvan de bovenste helft glas in lood ramen had en de benedenste helft met luiken kon worden gesloten. Dit gedeelte kan nog uit 1563 stammen. Voor het dak van de zuidvleugel een waarschijnlijk stenen dakkapel.
De keukens waarover in 1711 wordt gesproken bevonden zich waarschijnlijk in de lagere zuidelijke vleugel, die de verbinding vormde met de grote schuur, die volgens Cannegieter in 1861 nog aanwezig was. Hoewel Stellingwerf de schuur niet afbeeldt, moet deze er vol¬gens de opmeting van 1711 wel geweest zijn. We zien hier een duidelijk geval van heren¬woning direct verbonden met het landbouwbedrijf. De stenen poort over de gracht werd in 1773 vervangen door een ijzeren hek tussen hardstenen palen. Blijkens de tekeningen van Cannegieter werd toen tevens de westgevel gedicht, waarbij de trapgevel gewijzigd werd in een wolfdak. Ook de overige vensters, de ingang en de kapel¬len op de kap werden gemoderniseerd. De ingang in de dienstvleugel verdween of werd verplaatst naar de buitenzijde.  

Bewoners midden 15e eeuw Goslinck Goslinga

tweede helft 15e eeuw Feye Goslinga
1505, 1511 Tjepcke van Goslinga
- 1558 Ernst I Goslinga
1558 - 1614 Ernst II Goslinga en zijn vrouw Sjouck van Cammingha
1614 - 1627 Sjouck van Cammingha
1627 - 1634 Ernst van Harinxma à Donia, getrouwd met Doedt van Roorda
1634 - na 1648 Doedt van Roorda en Harmen van Rinssen
een zoon van Doedt van Roorda
1670 Zeyno Joachim van Welvelde tot Duurseme en Vredeveld
- 1711 Gerrold van Burmania
1711 - Sjuck van Burmania
- 1736 weduwe van Sjuck van Burmania
1736 - drie zoons van Sjuck van Burmania
- 1775 jhr. Duco Martena van Burmania
- 1824 Wilhelmina Eduarda van Burmania
?? Idsinga, getrouwd met Thomas François Martin
Isaak Gijsbers Arentsma Martin
- 1860 dochters van Isaak Gijsbers Arentsma Martin  

Huidige doeleinden Op het terrein van de vroegere State bevindt zich nu een boerderij. Opengesteld Deze boerderij is niet toegankelijk. Foto's Tekening van de State door D. Cannegieter kort voor de afbraak in 1861 Kaartje van Hallum met daarop de 3 belangrijkste States Tekening uit 1861 door D. Cannegieter Tekening uit 1723 door J. Stellingwerf Kaartje met de Stinsen rond Marrum, Hallum en Hijum De huidige boerderij op 19-04-2009 Bronnen Tekst: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992

D. Cannegieter, Geschiedkundige herinneringen van Hallum, artikelen in de Friesche Almanak van 1851 en 1852
G.A. Wumkes, Stads en Dorpskroniek van Friesland, 1930
Archief J. Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, Ferwerderadeel, 1981
A. Algra, De historie gaat door het eigen dorp, ca. 1955
Afb. 1 en 3: J. Leemburg
Afb. 2: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992 Afb. 4 en 5: De monumenten, enz., Ferwerderadeel
Afb. 6: archief J. Leemburg
Foto 1: Jan Leemburg  

https://translate.google.ca/translate?hl=en&sl=nl&u=http://www.stinseninfriesland.nl/GoslingaStateHallum.htm&prev=search

This State was southeast of the village of Hallum mound, church Ferwerdaradiel

When the State (or stins) was built is not known. By the end of the 15th century is spoken for the first time a state.

History   As a nobleman Goslic / Godschalk mentioned in Hallum in Abbots lives of Marie grove in the middle of the 12th century, it is an ancient tradition that Goslinga's were his descendants.  Sibrandus Leo calls him Goslicus ex Goslinganis nobilibus.  The Andreas Cornelius chronicle anno 1163 mound the Mariëngaarde monastery in the village of Hallum gestigt of Frederico, the priest there dog with fellow aid of Goslinga, while the 17th-century genealogists Pibo of Albada and Josias Rispens the Goslinga along with Merkela's saw the founding of the abbey.  According to the story had Goslinck Goslinga commit murder and to cleanse themselves of sin took Pastor Frederick him over his ability and to use his land for the founding of the monastery Mariëngaarde.  And that was not all.  Pastor Frederik even managed to persuade him to leave his wife and children and go in this monastery.  Pastor Frederick must have been a charismatic man, for he also knew several families of Goslinck this new monastery lure inside. 
Cyprian Goslinga and Jucka Offingahuizen have about 1230, under Henry I, Duke of Brabant, witnessed the crusade against the "infidel and apostate Standingers". 
Winsemius in 1622 also described a close but problematic relationship between the abbey and Goslinga's.  By lightness of a chaplain Mariëngaarde the Goslinga's disposal would sekere countries have received the Clooster ghehoorende and also charters confirming this.  When Abbot Tialling, the 23th abbot (1427-1462), the harvest of these lands confiscated, there was a fight between Goslinga with his servants and the conversi of Mariëngaarde.  Thereby Goslinga was wounded in the arm in which he gangrene (gangrene) and had died within a few days.  To avenge his death hit his nephew Goslinck Goslinga young steward and two conversi of Mariëngaarde death.  The abbots of Oldeklooster and Claerkamp managed to avoid serious struggle happy. 
The Goslinga's appear until late reliable historical sources, around 1500. From a genealogical manuscripts mentioned Feye Goslinga would have lived in the same generation as "young Goslyck" and would have been married Syds Tjaerda, lacking further evidence.  His son Tiepke Goslinga is mentioned in 1505 as a nobleman in Ferwerderadiel and in 1511 as owner of Goslinga.  In 1515 he was captured by Tiaerd of Burmania and locked in Leeuwarden;  The state was set on fire.  In 1517 he sold his wife Frouck Unema an interest in the estate Ter Canal in Wanswerd;  Also they are mentioned in a legacy issue within the Unema family.  Their son Ernst (I) mentioned in 1540 as owner of Goslinga, died in 1558 in an accident.  Then he drove to Leeuwarden at the Corner Voorsterpoort on his horse across the drawbridge, he was a horse, and all the water and drowned.  His gravestone is in the church. 
His son, Ernst II Goslinga, inherited the remnants of the state, showed cleaning up the sad remnants and in 1563 rebuild the state.  Cannegieter able to report that there are several stones with the year 1563 have been found with the arms Goslinga and a feminine weapon that earlier that Donia then that would be the wife of Ernst namely Sjouck of Cammingha.  His mother Syth Donia died only in 1571 and may have also rebuilt the state.  According to his tombstone Ernst remained the 'Roman' faith faithful. 
After his death in 1614 his widow continued, Sjouck of Cammingha, living in the state, along with her niece Hylck of Cammingha.  Then in 1615 married Schelte Scheltes of Aebinga the Offingaburg came to the young couple living with her Goslinga State. 
In 1627 inherited the state at Ernst Goslinga's cousin Ernest of Harinxma à Donia, son of his sister who was married to Frouck Keimpe Donia.  Ernst married Doedt Roorda of Genum and was a member of the States of Friesland.  He lived as a proxy of Oostergo the funeral of Prince William Louis.  After his death in 1634 remained Doedt live in the state and remarried Harmen van Rinssen.  They are listed on the toren¬klok Hallum in 1648. Her son is still listed in Hallum. 
The state, however, belonged in 1670 to Zeyno Joachim Welvelde to Duurseme and Vredeveld Assen, which Leeuwarden second was married to Aaltje Douma, daughter of Epo and Sjuck of Hiddema (Nieu¬we Drentsche Volksalmanak 1902).  It's not exactly clear whether this was done by sale or inheritance.  A weapon stone from Zeyno and Aaltje Douma with the year 1656 is in House Vredeveld Assen.  Their son married a Burmania, who survived her husband and son, so Goslinga State arrived Gerrold of Burmania.  This had auctioned the estate in 1711 by H. of Larive and it came into the hands of Sjuck of Burmania, son of Laas and married Jeepke of Douma.  The property consists of a house built "in which a large hall and four rooms' soo upstairs and downstairs, a kitchen, three cellars, a barn, heme and a stone gate besides two hovingen, one inside and one eastbound outside the canalside .  Drawing copied by Cannegieter manifestly be¬trekking on this sale. 
After the death of Sjuck of Burmania his widow lived until 1736 at Goslinga, in which year the three sons inherited the house.  Stellingwerf however, calls already Tjaard son of Burmania in 1723 as owner, but many captions stellingwerf are not reliable. 
After the death of his two brothers until his death on September 8, 1775 Esq. Duco Martena of Burmania, Major General of Infantry of the "State of the United Netherlands," colonel of a regiment of foot, commander of the high and low Sas van Gendt with the subordinate forts owner Goslinga State.  He was a bars and short-tempered man who was popularly called Jonker Doeke.  He left modernize Goslinga State by breaking down the gate, which was replaced by an iron gate between the stone piles.  A gable was replaced by a wolfdak and a hunting house was built. 
Duco was married to Wilhelmina Eduarda of Burmania, a widow was Gijsbert Arendsma of Idsinga.  The signs of mourning both her husbands hanging on the organ gallery of the church Hallumer.  Lady Of Burmania Van Burmania lived until 1824 test most emphatically that the plantation of Goslinga State had to be preserved.  It was well assigned to her daughter married to Thomas Francois Martin.  He died two years later and Goslinga bequeathed to her son Isaac Gijsbers Arentsma Martin.  His daughters left the plantation and harvesting the state was sold at demolition in 1860, there na¬dat lot was well kept.  It came down 42000 Old Frisian stone and 25 doors and 23 window frames.  The living room would have been gold leather wallpaper;  There was a gallery with portraits.  When the window was a small room painted with `stars, crescents and other figures. 
We can provide a good picture of the state Goslinga by the hands of D. Cannegieter.  Shortly before the demolition in 1861 he made the complex three drawings.  Here he used a sketch and a plan that had made the then owner of Sierk Burmania in 1711 by surveyor H. vd Larive.  Also, there is preserved an image of the hand of from 1722 Jacob Stellingwerf. 
As mentioned above, the State was probably rebuilt in 1563.  We see a hook-shaped building caught without floor between gables where the chimneys are cemented.  The walls are windows of which had the top half stained glass windows and the lower half could be closed with shutters.  This part may date back to 1563.  For the roof of the south wing probably a stone dormer. 
The kitchens which in 1711 talks were likely in the lower south wing, which was the connection to the barn, which was still present according Cannegieter in 1861.  Although Stellingwerf not depicting the shed, it should vol¬gens the survey of 1711 must have been.  We see a clear case of heren¬woning here directly connected to the farm.  The stone gate over the moat was replaced in 1773 by an iron gate between the stone piles.  It is apparent from the drawings of Cannegieter was then also closed the west side, where the stepped gable changed in a wolfdak.  The other windows, entrance and kapel¬len were modernized on the hood.  The entry in the service wing disappeared or was moved to the outside.  
Residents   mid 15th century Goslinck Goslinga 
Second half 15th century Feye Goslinga 
1505, 1511 Tjepcke of Goslinga 
- 1558 Ernst I Goslinga 
1558 - 1614 Ernst II Goslinga and his wife Sjouck of Cammingha 
1614 - 1627 Sjouck of Cammingha 
1627 - 1634 Degree of Harinxma à Donia, married Doedt Roorda 
1634 - after 1648 Doedt Roorda and Harmen van Rinssen 
a son of Doedt Roorda 
1670 Zeyno Joachim Welvelde to Duurseme and Vredeveld 
- 1711 Gerrold of Burmania 
1711 - Sjuck of Burmania 
- 1736 widow of Sjuck of Burmania 
1736 - three sons Sjuck of Burmania 
-. 1775 Esq Duco Martena of Burmania 
- 1824 Wilhelmina Eduarda of Burmania 
??  Idsinga, married to Thomas François Martin 
Isaac Gijsbers Arentsma Martin 
- 1860 daughters of Isaac Gijsbers Arentsma Martin  
current uses   On the grounds of the former State is now a farm.  
opened   This farm is not accessible.  
photos  Drawing of the State by D. Cannegieter shortly before the demolition in 1861 Hallum card bearing the three major States Drawing from 1861 by D. Cannegieter Drawing from 1723 by J. Stellingwerf 

Ticket with Stinsen around Marrum, Hallum and Hijum The current farm on 19-04-2009

Sources   Text: Stinsen and States, Noble living in Friesland, 1992 
D. Cannegieter, Historical memories of Hallum, articles in the Frisian Almanac of 1851 and 1852 
GA Wumkes, Urban and Village Chronicle of Friesland, 1930 
Archives J. Leemburg 
PN Noomen, The stinzen in medieval Frisia and their inhabitants, 2009 
Herma M. van den Berg, the monuments of history and art, Northern Oostergo, Ferwerderadeel, 1981 
A. Algra, The history goes through their village, ca. 1955 
Fig.  1 and 3: J. Leemburg 
Fig.  2: Stinsen and States, Noble living in Friesland, 1992 Fig.  4 and 5: The monuments, etc., Ferwerderadeel. 
Fig.  6: archive J. Leemburg 
Photo 1: Jan Leemburg  
view all

Feye Goslinga's Timeline

1415
1415
Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands
1436
1436
Age 21
Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands
1460
1460
Age 45
Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands
????
????
Hallum, Ferwerderadiel, Friesland, Netherlands