Johann Karl Philipp Raphael Daniel von Cobenzl (1712 - 1770) MP

public profile

View Johann Karl Philipp Raphael Daniel von Cobenzl's complete profile:

  • See if you are related to Johann Karl Philipp Raphael Daniel von Cobenzl
  • Request to view Johann Karl Philipp Raphael Daniel von Cobenzl's family tree

Share

Birthdate:
Death: Died
Managed by: Ann Vermeulen
Last Updated:

About Johann Karl Philipp Raphael Daniel von Cobenzl

Karl Johann Philipp von Cobenzl (Laibach, 21 juli 1712 - Brussel, 27 januari 1770) was gevolmachtigd minister van de Oostenrijkse Nederlanden te Brussel onder keizerin Maria Theresia van 1753 tot aan zijn dood. Hij was een van de belangrijkste aanhangers en gangmakers van de Verlichting in de Zuidelijke Nederlanden.

Karl Johann Philipp von Cobenzl was de oudste zoon van graaf Johann Caspar von Cobenzl (1664-1742), de keizerlijk raadsheer, en zijn tweede vrouw Carolina Sophia von Rindsmaul (1682-1756) en behoorde als dusdanig tot de hoge Oostenrijkse adel.

Hij studeerde te Leiden en Würzburg en werd in 1730 kamerheer van keizer Karel VI. In 1735 werd Von Cobenzl in opvolging van zijn vader eveneens keizerlijk raadsheer en vanaf 1738 kreeg hij van de keizer de opdracht om de grensgeschillen tussen Opper-Lotharingen en Neder-Lotharingen op te lossen.

Onder keizerin Maria Theresia bleef Von Cobenzl als keizerlijke gezant door het keizerrijk reizen om allerhande conflicten te helpen oplossen en om coalities die tegen Maria Theresia waren ontstaan te doen mislukken. Als gevolmachtigd minister te Brussel

Op 19 mei 1753 werd Von Cobenzl door de keizerin benoemd tot gevolmachtigd minister van de Oostenrijkse Nederlanden als opvolger van Antoniotto Botta Adorno die benoemd was tot eerste minister van het Groothertogdom Toscane. Als gevolmachtigd minister kreeg Von Cobenzl de leiding in handen van de administratie en het bestuur onder landvoogd Karel van Lotharingen, een schoonbroer van de keizerin.

Von Cobenzl, die in de persoon van Wenzel Anton von Kaunitz, kanselier van het Heilige Roomse Rijk, een hoge beschermheer had, slaagde erin om de functie van landvoogd aan banden te leggen. Hij kwam regelmatig in botsing met Karel van Lotharingen die zich niet goedschiks neerlegde bij zijn decoratieve functie waarbij hij zich enkel mocht bezigen met kunst en cultuur. Von Cobenzl bleef echter de steun genieten van Wenen. In 1757 werd de Hoge Raad van de Nederlanden te Wenen afgeschaft en vervangen door de diensten van kanselier Von Kaunitz zodat Von Cobenzl nog meer vrij spel kreeg om grootschalige hervormingen door te voeren.

Hij bleef gevolmachtigd minister tot aan zijn dood in 1770 en slaagde erin om zijn stempel te drukken op zowel het politieke, het economische als het geestelijke leven in de Zuidelijke Nederlanden van die periode. Von Cobenzl was een aanhanger van het despotisme en de Verlichting en voerde met de steun van Von Kaunitz een centralisatiepolitiek waarbij hij trachtte de privileges van de regionale en lokale besturen te beperken. Dit lukte hem slechts in geringe mate.

Succesvoller was Von Cobenzl op het financiële en het economische vlak. Samen met Patrice-François de Nény, eveneens een vurig aanhanger van de Verlichting, zette hij een financieel beleid op punt. In 1760 werden voor het eerst de inkomsten en de uitgaven in kaart gebracht. Dit was nodig omdat de uitgaven omwille van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) begonnen te stijgen. Von Cobenzl slaagde erin om de inkomsten te verhogen door nieuwe belastingen te heffen, de douanerechten te verhogen, leningen buit te schrijven en keizerlijke loterijen te organiseren. Op economisch vlak zette Von Cobenzl de mercantilistische politiek van zijn voorganger Botta-Adorno verder. Hij bevorderde de industrie door exclusieve octrooien te geven aan bestaande industrieën zoals de fabricatie van porselein en kantwerk maar ook door de oprichting van nieuwe industrieën zoals de glasblazerijen, katoendrukkerijen en de chemische industrie. Hij gaf verder fiscale voordelen om de ontginning van nieuwe landbouwgronden aan te moedigen en begin met de ontwikkeling van de haven van Oostende.

Ook op cultureel vlak was Von Cobenzl zeer actief. Hij liet in 1755 de Bibliotheek van de hertogen van Bourgondië (de latere Koninklijke Bibliotheek) restaureren en uitbreiden en stichtte in 1769 de Société Littéraire die in 1772 aan de wieg zou staan van de Académie royale de Belgique. Von Cobenzl bevorderde als mecenas het artistieke leven in Brussel en steunde de plaatselijke kunstschilders, beeldhouwers en graveurs. Door zijn verkwistende levensstijl zat Von Cobenzl regelmatig met een zware schuldenberg.

Von Cobenzl bleef gevolmachtigd minister tot aan zijn dood in 1770. De periode van Von Cobenzl was zeer lang en vruchtbaar geweest en keizerin Maria Thersia was hem hier heel erkentelijk voor. In 1759 werd hij tot ridder van de Orde van het Gulden Vlies geslagen en hij kreeg het Grootkruis in de Orde van de Heilige Stefanus die in 1764 door de keizerin opgericht was. Tot tweemaal toe betaalde de keizerin de schulden af die Von Cobenzl door zijn verkwistend leven had gemaakt. Bij zijn dood diende zijn weduwe dan ook al zijn bezittingen te verkopen om zijn schulden te kunnen afbetalen.

  • -----
  • .mozartforum.com... ;
  • On this day in 1781, Mozart was visiting Count Johann Philipp Cobenzl (1741 -1810) court Chancillor, prominent statesman and diplomat) at his summer home at the Reisenberg in the Vienna Woods. Cobenzl was a close associate of Joseph II and very close to Kaunitz, who held the top post in foreign policy under Joseph II.
  • Mozart had met the uncle, Count Johann Karl Philipp Cobenzl (1712-1770), when in Brussels on the great western tour and while there, Mozart probably met Cobenzl, the nephew who was in Brussels then as well. Then they met again much later in Vienna sometime when in 1781 (Peter Clive says March 1781). Mozart had for a pupil in Vienna Countess Rumbeke, who was the Count's cousin (the daughter of the elder Cobenzl and once again Uncle to Mozart's host).
  • Mozart apparently was struck by the beauty of the surrounding view, the grotto, etc. He says " I had been here once before and spent the night; but this time I'll be staying several days.--The little house is not much, but the surroundings!--the woods---where he had a grotto built that looks as if it had been done by Nature herself ---all of it is Magnificent and so agreeable."
  • Today, there is a restaurant located on the site where weddings and things of that nature are held.
  • In the Mozart literature, Mozart's passage describing the woods at Count's Cobenzl's is frequently cited. The reason seems to be that this is the only time Mozart ever mentioned nature and his impressions concerning the natural surroundings....