Louis "Loe" Lap

Is your surname Lap?

Research the Lap family

Louis "Loe" Lap's Geni Profile

Share your family tree and photos with the people you know and love

  • Build your family tree online
  • Share photos and videos
  • Smart Matching™ technology
  • Free!

Louis "Loe" Lap

Birthdate: (78)
Birthplace: Amsterdam, Government of Amsterdam, North Holland, Netherlands
Death: April 28, 1993 (78)
Amsterdam, Government of Amsterdam, North Holland, Netherlands
Immediate Family:

Son of Jacob Lap and Silpha Lap
Husband of Josje Lap
Father of Private and Private
Brother of Joseph Lap; Private and Benjamin "Ben" Lap

Managed by: Tsipporah Sofer
Last Updated:
view all

Immediate Family

About Louis "Loe" Lap

http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/855-nummer-6-juni-2011.html?start=1 http://www.joodsamsterdam.nl/perslaploe.htm

Wat Loe Lap lapt, lapt Lap alleen Als de parachute niet opengaat, komt u maar terug’

Zijn dumpzaak in de Reguliersbreestraat trok klanten uit het hele land. Bij Loe Lap moest je wezen voor tenten, slaapzakken, walkietalkies en legeroverhemden. De pukkel en de Afghaanse jas maakten hem populair. Na zijn onderduiktijd wist hij het van standwerker tot zakenman met meerdere filialen te schoppen. “Geld is voor mij een middel om lekker te leven en verder iedereen gelukkig te maken.”

De opening van Lou Laps dumpwinkel in 1964 ging met het nodige spektakel gepaard. Er was een orkest, er was volk op de been en de tram kon er niet door. Een foto van Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer die in een rubberboot door de Reguliersbreestraat ‘voeren’ haalde de krant. Dat was de bedoeling ook. Roering, publiciteit en geinige reclame waren goed voor aandacht en succes. Loe Laps advertenties waren een begrip. Op de voorpagina: “Loe Lap is een Chinees, zie pagina 4”; verderop in de krant het aanbod van de artikelen. Of: “Transistorradio, met ingebouwde zwembroek”. Ook: “Parachute: Niet goed? Geld terug!” De etalages met dergelijke teksten, waar cabaretier Jan Blaaser aan meeschreef, hadden veel bekijks. Fraai was ook de zin “Wat Lap lapt, lapt Lap alleen”, uiteraard een variant op “Wat Kan kan, kan Kan alleen”. Hoewel cabaretier Wim Kan er bekend mee werd, is de slagzin afkomstig van juwelier B. Kan, destijds gevestigd op Reguliersbreestraat 4-6. Voordat de dumpwinkel op Reguliersbreestraat 11-13 gevestigd werd en landelijke bekendheid verwierf, had Lap vanaf midden jaren vijftig jarenlang een dumphandel in een loods op Baarsjesweg 164, English-American Army Contractor geheten. “Lap ging met de boot naar Engeland. Daar waren gigantische terreinen vol met achtergelaten Amerikaans en Brits legermaterieel. Hij kocht hele kavels op, handel die destijds in Amsterdam nog tamelijk uniek was. Drie artikelen liepen het best. Antennes: zendantennes van jeeps, maar ook voor ontvangst te gebruiken bij radio’s en de eerste televisies. Tankperiscopen: ze werden als verrekijkers verkocht. En walkietalkies: grote bakken met hoorn en accu. Laps gevleugelde uitdrukking “10% mazzel is meer waard dan 90% kunde”, mag waar zijn, hij hád een uitgekiende neus voor handel.

Een uitgenaste jongen De zaken liepen zo goed dat Lap ook een winkel in de binnenstad opende in de Reguliersbreestraat, toen een chique straat met veel luxe zaken. Sigarenhandelaar John Andringa, nog altijd gevestigd op de hoek bij de Munt: “Je had hier luxe herenmode zaken, luxe schoenen, parfumerieën. Dat werk. House of England, verderop Parapluie Française, naast Repko, een beroemde herenmodezaak, daar werden heren in het pak gehesen. Hiernaast parfumerie Apollo, nu een tatoeagewinkel.” De dumpzaak was een vreemde eend in de bijt, bevestigt Mario Lap. Het pand huisvestte eerder Heck’s Automatiek, op meerdere verdiepingen. Andringa: “Als-ie andere handel had gedaan, was hij een sieraad voor de straat geweest.” Maar toch: Lap was “een aimabel mens en een rasechte Amsterdammer. Het was een oude moppentapper. En voor zover ik weet altijd goed voor zijn personeel. Een handig iemand, een uitgenaste jongen.” Van de winkels uit de tijd dat Loe Lap in de Reguliersbreestraat zat, zijn er hooguit nog enkele over. Niet alle winkeliers die hem destijds gekend hebben zijn genegen uitgebreid herinneringen aan Lap op te halen. Ze hebben geen herinneringen of het commentaar is kort: “Een sjacheraar.” Lap haakte in op de veranderende tijdgeest en beïnvloedde die ook met zijn non-conformistische handel. Mario Lap: “Die pukkels waren eigenlijk een randartikel. Om de walkietalkies hoorde een draagtas, een ransel. Dát waren de pukkels. Ik maakte er een schooltas van en dat deden meer jongeren. Geen scholier wilde meer zo’n duffe leren schooltas. Het werd hip. Zo ging het ook met de Afghaanse jassen. Mijn vader riep: ‘We gaan geen kamelenstront verkopen!’ Je rook schapenstront, dat zat in die haren. Letterlijk, hele klonten. Het stonk een uur in de wind. Maar we zetten een advertentie op de voorpagina en whooom … het werd een rage.” De dumpzaak als een soort veredeld Waterlooplein. Oude en tweedehands spullen werden niet langer uit armoede gekocht.

Geboren ‘boven’ de synagoge Armoede had Lap zelf in zijn leven zeker gekend. Volgens eigen zeggen waren zijn ouders “arm, maar niet zeer arm.” Het gezin telde vijf kinderen, waarvan twee zeer jong overleden. Loe Lap groeide op in de vooroorlogse Jodenhoek. Hij zou geboren zijn boven de synagoge in de Lange Houtstraat, de plek op het Waterlooplein waar nu het stadhuis staat. Zijn vader was sigarenhandelaar, maar had geen winkel. Het was kleinhandel, hij reisde naar de productiecentra in Gelderland en Brabant om inkopen te doen. Later ging zoon Loe mee. De oorlog kwam. “Mijn vader moest al vroeg duiken”, zegt Mario Lap. “Als één van de eersten was hij op de transportlijsten gezet.” Hij was al jong politiek bewust, las kranten, mogelijk ook Mein Kampf en wist min of meer wat er zou kunnen gaan gebeuren. Het verhaal wil dat hij nog vóór de bezetting tickets had gekocht voor de boot. Naar Engeland of naar de VS, dat is niet meer te achterhalen. Maar de familie wilde niet vluchten. Het zou wel los lopen en Loe Laps vader kon geen afscheid van Amsterdam nemen… Lap zat ondergedoken aan Da Costakade 13 (tijdens de bezetting Gouverneurskade geheten), op driehoog, bij een zus van zijn latere vrouw en haar echtgenoot, een timmerman/stukadoor. Het was een kinderloos echtpaar, een veilig onderduikadres. Kinderen konden immers hun mond voorbij praten. Lap heeft zo’n drie jaar ondergedoken gezeten. Schoonzoon René Görtzen vult aan: “Niemand wist dat. Zomer 1942 vertrok hij met een rugzak van Kloveniersburgwal 45-I, waar hij van zijn ouders afscheid nam, naar het Centraal Station, naar de deportatietrein. Zogenaamd. Want hij ging niet. Hij dook onder.” Mede dankzij een voorraad tabak kwam Lap zijn onderduiktijd door. Dat was zijn kapitaal. Tabak was goud waard op de zwarte markt. Laps ouders Jacob Lap (1891-1943) en Silpha Lap-van der Kar (1892-1943) vonden in Sobibor hun einde, zijn broer Benjamin (1922-1944), een matrassenwever, in Auschwitz. Zijn jongere zus Annie zat in Haarlem ondergedoken en overleefde de vervolging. Lap zou zijn hele leven uiterst terughoudend blijven over de bezettingstijd.

Sjmoezen, praten, kletsen Pal na de oorlog trouwde Lap in 1946 met Josje van den Heuvel (1914-2004). Ze hadden elkaar voor de oorlog leren kennen; het in 1941 geplande huwelijk was uitgesteld. Josje was een niet-Joodse vrouw uit een katholiek gezin. Haar bruidsjurk zou van de dunne, glanzende stof van parachutes zijn gemaakt. Zij leerde Lap na de bevrijding weer lopen. Door het jarenlange gedwongen binnenblijven was hij stram en stijf geworden. Op sloffen schuifelde hij aan de arm van zijn (aanstaande) vrouw over straat. Zelf zei Lap: “Ik ben tweemaal geboren, in 1914 en in 1945.” Maar niet lang daarna gooide hij zich weer met bravoure in de strijd om het bestaan. Als handelaar haalde hij capriolen uit om brood op de plank te krijgen. ’s Ochtends vroeg toog Lap naar het Centraal Station. Met een lege koffer. Dan was het de truc om naast een andere handelaar op het perron plaats te nemen. En dan maar ‘sjmoezen’, praten, kletsen: “Ook naar Maastricht? Om schoenen te verkopen? Maar dat ga ik ook doen! Zeg luister, we moeten elkaar natuurlijk niet kapot concurreren…” Waarop Lap voorstelde om zíjn koffer in Amsterdam te laten en ‘hun’ waar gezamenlijk als handelsreiziger aan de man te brengen. Aan het eind van de dag werd dan de buit verdeeld! Na de oorlog “hadden ze niks”, weet Mario Lap. “Ze moesten eten. Alles mocht en ze waren vrijgevochten. De mentaliteit was: ‘Wat kan mij nu nog gebeuren? Ze hebben mijn hele familie vermoord. Wie doet me wat?’ Ze waren boos, hadden een gezonde dosis schijt aan autoriteit en lak aan gezag.” Lap timmerde stevig aan de weg. Na de zaak aan de Reguliersbreestraat volgde een tweede in de Kinkerstraat en filialen in Haarlem, Rotterdam (geopend door André van der Louw), Den Haag en Maastricht en zelfs enige tijd een winkel in Antwerpen. Maar deze filialen werden geen succes en zouden één voor één sluiten.

Altijd tiptop gekleed Behalve zijn zoon Mario werkten in de winkel in de Reguliersbreestraat ook wel kinderen van vrienden. Een van hen was Victor Halberstadts zoon Yuri. Hij herinnert zich: “Lap stelde niet veel eisen. De winkel moest bemand worden, om jatten te voorkomen. Het was er vol en onoverzichtelijk. Midden in de winkel lag een partij Amerikaanse overhemden, een hoop van een meter hoog. ‘Grote hopen doet kopen’, was Laps kreet.” En onverwacht kon Lap luid door de zaak roepen: “Ja, ja, mensen! Vandaag iedereen korting!” Ook Dien Schaefer-Grootes, de vrouw van wethouder Jan Schaefer, stond achter de kassa. Schaefer en waren Lap meer dan bevriend. “Ze waren bloedgabbers”, zegt dochter Mariska Schaefer. Elke zaterdagmiddag kwam Lap met zijn vrienden op het Rembrandtplein bijeen, in de Rembrandtbar, l’Opera of de Ritz. Kunstschilder Leo Schatz (1918) gebruikt er het ouderwetse woord ‘jour’ voor. Maar hoewel Lap altijd tiptop gekleed ging, uitgesproken chique kunnen de bijeenkomsten toch niet geweest zijn. Naast wethouder Jan Schaefer en zijn assistent Eberhard van der Laan waren ook de politica’s Els Agsteribbe en Tineke van den Klinkenberg vaak van de partij. “De wereldgebeurtenissen werden doorgenomen, de persoonlijke dingen des levens, de ups en downs, de liefde. Er werd vreselijk getaterd. En Lap tapte moppen. Het was bulderen van het lachen”, blikt Van den Klinkenberg terug. Zijn band met de stad kwam ter sprake, een enkele keer herinneringen aan de vooroorlogse Jodenbreestraat, met de zondagsmarkt. Maar Laps onderduiktijd eigenlijk nooit. “Het zat als een blok verdriet in zijn lijf.” Lap was niet geregeld op kantoor te vinden, maar als hij er was “hing hij achterover in zijn stoel te telefoneren, met zijn voeten op een groot houten bureau. Hij deed niks op papier, had een nauwelijks leesbaar handschrift en gebruikte geen typemachine”, schetst schoonzoon Görtzen het beeld. Doorgaans deed hij zijn zaken in de kroeg of het koffiehuis om de hoek. Ook zijn hond Tommie was een bekende figuur rondom het Rembrandtplein. Het dier ging zelf uit winkelen langs een vaste route met vrijgevige slagers en kruideniers.

Een probleempje oplossen Lap was bekend. Als gabber op het Rembrandtplein, als dumphandelaar in het land en als Amsterdammer met luidruchtige kwinkslagen op de televisie bij Mies Bouwman, Willem Duys en later Sonja Barend en Ischa Meijer. Bij het 700-jarig bestaan van Amsterdam presenteerde Lap het feestprogramma op de tv. Bij het huwelijk van Johan Cruyff was hij ceremoniemeester. Hij gold als een van de eerste bekende Nederlanders. In de voetbalwereld had hij bij Blauw-Wit en de Volewyckers bestuursfuncties. In openbare discussies over de toekomst van de stad liet hij onverbloemd zijn roodgekleurde meningen horen. Ooit moet Lap nog informeel gepolst zijn voor het wethoudersschap. Maar hij wilde de bureaucratie liever bestrijden dan er deel van uitmaken. Zijn lijntjes naar het stadhuis waren kort. Hij wist wie hij moest bellen, men kende hem. Maar Lap deed dat niet uit eigenbelang. Zo loste hij eens ‘een probleempje’ op voor de haringkraam van Visser, op het Muntplein. Sindsdien leverde deze de familie Lap de vis met korting. Laps 65ste verjaardag ging niet ongemerkt voorbij. In de Kleine Komedie – voor het behoud van het theater had hij zich ingezet – kwamen zo’n 400 vrienden bijeen. Relaties uit de handel, politici als Hans Gruijters, Wim Duisenberg, burgemeester Wim Polak (overbuurman in de Lomanstraat) en uiteraard Jan Schaefer, artiesten als Jan Blaaser, Ramses Shaffy en Piet Römer, autocoureur en societyfiguur Tonio Hildebrand. Lap kreeg bij deze gelegenheid de zeldzame Gouden Speld van de gemeente Amsterdam uitgereikt. De hele menigte zong: “Lang zal hij leven!”, rapporteerde het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf.

Lofzang op het leven Kort daarna verliep het tij. Begin jaren tachtig raakte het dumpimperium van Lap in financiële moeilijkheden. Faillissement bleek onvermijdelijk, Lap zat aan de grond en was van slag. Tevergeefs probeerde hij nog markthallen te vestigen in het pand in de Reguliersbreestraat, maar de economische tijden waren ongunstig. Een sekswinkel zou een goede huuropbrengst geven… Het werd uiteindelijk een amusementspaleis. Monaco (nu Palacio) was een van de eerste legale gokhallen in Amsterdam. Het leverde nog een politieke rel op, omdat Lap de vergunning gekregen zou hebben door zijn vriendschappelijke banden met PvdA-politici. Lap en zijn vrienden van het Rembrandtplein bleven elkaar trouw. Na een ziekbed in het Prinsengrachtziekenhuis overleed hij op 78-jarige leeftijd in het AMC. Onder grote publieke belangstelling werd hij op Zorgvlied begraven. Als jongen zat Lap op de Talmoed Thora in de Tweede Boerhaavestraat, een joodse school voor armlastige kinderen. Zelf zei hij daarover: “Je begon om negen uur ’s ochtends met Hebreeuws, anderhalf uur lang. We leerden uit de Thora. Je dreunde het in je hoofd op, maar het had geen enkele inhoud voor je. Ik geloof dat het een contra-uitwerking heeft gehad; ik ben het gaan haten.” Maar bij het graf werd door zijn zoon het kaddisj gezegd. Mario Lap: “Het is geen gebed, maar een lofzang op het leven.”

Tekst: C. van Doornen is historicus.

view all

Louis "Loe" Lap's Timeline

1914
June 21, 1914
Amsterdam, Government of Amsterdam, North Holland, Netherlands
1993
April 28, 1993
Age 78
Amsterdam, Government of Amsterdam, North Holland, Netherlands