De Remonstrantie Na het ontstaan van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden omstreeks 1570 was de Gereformeerde Kerk de officiële staatskerk geworden. De leer en de organisatie van deze kerk was in sterke mate gestoeld op de opvattingen van Calvijn. Er was dan ook een sterk streven om bindende belijdenisgeschriften in te voeren. Hiertegen verzette zich een aantal meer gematigde predikanten. In 1610 stelde de hofprediker ds. Wytenbogaerdt namens deze groep een proteststuk, de zogenaamde Remonstrantie, op die bij overheid en kerk werd ingediend. Deze Remonstrantie ging verder over de vraag of de kerk over de staat, danwel de staat over de kerk moet heersen, en over het theologische vraagstuk van de uitverkiezing (predestinatie). Met name dit vraagstuk werd door de groep die bindende belijdenisgeschriften wilde invoeren op de spits gedreven. Beide partijen schoven twee Leidse hoogleraren als hun kampioenen naar voren, namelijk Arminius (remonstrant) en Gomarus (contra-remonstrant), beide geen vechtersnaturen.
De Synode van Dordrecht Om de geschillen te beslechten werd er in 1618 in Dordrecht een kerkvergadering, de zogenaamde Synode van Dordrecht, bijeengeroepen. Voorzitter was ds. Bogerman uit Leeuwarden, een uitgesproken en fel contra-remonstrant. De Remonstranten werden niet als gelijkgerechtigden uitgenodigd, maar als beklaagden gedagvaard, waartegen hun scherpzinnige woordvoerder Episcopius tevergeefs protesteerde. De strijd liep toen vervolgens zo hoog op, dat Bogerman driftig werd en op 14 januari 1619 de remonstranten kort en goed wegjoeg. Kort daarop werden 200 predikanten afgezet en velen daarvan verbannen. Deze stichtten nog in datzelfde jaar 1619 in Antwerpen hun "Remonstrantse Broederschap".
Velen keerden spoedig in het geheim weer terug en begonnen in Amsterdam hun eigen kerkdiensten te houden. Vanaf 1631 gebeurde dat zelfs openlijk. Hoewel ze in de Republiek steeds officieel verboden bleven, werden ze doorlopend oogluikend geduld. In die tijd bouwden ze hun vele schuilkerken.
Het proteststuk (de Remonstrantie) werd opgesteld door Wytenbogaert en, met enkele kleine wijzigingen, ondertekend door Wytenbogaert en 43 andere aanhangers van de opvattingen van Arminius, die zelf in 1609 al was gestorven:
- Adriaan van der Borre of Borrius
- Johannes Wtenbogaert
- Petrus Bertius (1565-1629)
- Eduardus Poppius (1577-1624)
- Joannes Arnoldus
- Theoph. Ryckewaert
- Isebrandus Guilielmius (1579- ? )
- Jacobus Muersius
- Bernard Arentz Dwinglo (1582-1652)
- Petrus Cupus
- D.H.Herbers
- Isahacus Frederici
- Nicolaus Grevincho-vius
- Petrus Cuylius
- Abrahamus Vliet
- Joannes Cornelius Cuylemarmus
- Wilhemus Lomannus
- Pieter Valck
- Henricus Reinerius predicant tot Noorden
- Cornelius Martini predicant tot Swam-[m}erdam
- Wouter Corneliss. predicant tot Sluypwyck
- Jan Jans predicant tot Leyderdorp
- Ysbrant Reyersz. praedicant tot Sassenhem
- Matthaeus Adriani Burgius
- Henricus Henrici Geesteranus, predicant tot Assendelpht
- Joannes Everardi van Velsen predicant Int ‘s graven van Egmonts hoeif en[de] tot * Egmont op Zee
- Henricus Spudaeus
- Egbertus Verhoeven
- Simon Egberti Episcopius
- Theodorus Swaen
- Casparus Barlaeus
- Johannes a Galen
- Philippus Pynacker
- Andreas Volkeri
- Nicolaus Osterhaern mr. tot Noorden
- Joannes de Greff dienaer tot Heusden
- Nicolaus Bodecherus predicant in Loosdrecht aen die nieuwe kercke
- Herboldus Thombergius
- Daniel Wittius
- Adriaen Simonszn.
- Adriaen Claessoen
- Arie Volkertss.
- Gerhardus Joannis Velsius
- Jerernias Tyckmakerus